puls architecten


Nieuws

lembeke_24

Schoolhof Lembeke in de laatste rechte lijn, verkoop via — schoolhof.be


Onderwijs

kortessem_011

'DE DAGERAAD'

Opdracht: nieuwbouw technische school BUSO 'De Dageraad'
Bouwheer: GO!
Bouwplaats: Kortessem
Totale Oppervlakte : 3300 m2
Status: Open Oproep 2211 - laureaat - in werf

De bestaande schoolcampus ligt aan de rand van het dorp, uitkijkend op dat typische licht glooiende, Haspengouws landschap.  Uitgestrekt getekend door parallelle lijnen, rijen van laagstammige fruitbomen.

De campus is een conglomeraat van gebouwen, een ensemble, in de tijd gegroeid en gevormd.
Wat hen bindt en samenhoudt, naast een gemeenschappelijkheid van programma, is hun onderlinge positie. Een typische opstelling van onderdelen ingeplant volgens eenzelfde orthogonaal assenstelsel … parallel met de belijning in het landschap en de Tapstraat.

De Tapstraat vormt de ogenschijnlijke grens met de overzijde, met onze site : een lap niemandsland tussen gecultiveerd landschap en schoolcampus. Deels bewerkt als akker en voorzien van een ad hoc ingericht parkeereiland voor de campus.

Een deel van de Tapstraat werd herdacht en plaatselijk aangepast. Verbreed over de volledige lengte langsheen de campus ifv parkeren, als halte voor schoolbussen. Voorzien van een rechthoekig vlak, gemarkeerd als oversized zebrapad naar de overzijde…het maakt de stap, de overgang naar onze site.

De Tapstraat krijgt hier(door) een ander, nieuw statuut : als centrum van een campus die er momenteel geen heeft en nooit één heeft gehad. Een ‘centrum in wacht’ omdat de overzijde nog niet ontwikkeld werd. Een overzijde die niet langer overzijde zal zijn eens deze ontwikkeld zal zijn. De Tapstraat loopt dan niet langs de campus maar erdoor, ze is niet langer rand of grens. Ze wordt er essentieel onderdeel van,  ordent en structureert met het centrale plein als ‘interface’.

De huidige fase zullen we hier volop laten ‘inspelen’. Het verantwoordt hoe diverse gebouwen, zonder overeenkomst in beeld, qua vorm, materiaal en kleurgebruik toch bij mekaar horen, een meer substantiële vorm van onderling afstemmen.

Een essentieel gegeven is de doelgroep(en), de gebruiker(s) van deze school. Waar anders vanuit pedagogisch oogpunt extra aandacht wordt gevraagd en gevestigd op het inbrengen van (externe) stimulerende prikkels … het uitwerken van gangen, de speelplaats en schoolpoort als plaatsen van ontmoeting en activiteit die klas en school overstijgen, contacten met en zichten op de omgeving … wordt hier expliciet gevraagd naar een prikkelarme leeromgeving.

De jongeren die hier school lopen hebben al hun aandacht nodig om zich te kunnen concentreren, focussen op hun taken. Externe prikkels leiden af, kunnen conflicten geven, gevaar opleveren, hoe mooi het landschap ook is, hoe interessant onverwachte contacten, hoe inventief architecturale vormen en accenten ook kunnen zijn …

Belangrijk is een bestuurlijke en (infra) structurele logica, de 2 gaan hand in hand. Dit ‘gebouw’ dient een duidelijke, heldere opstelling, planopbouw en structuur te hebben ifv ‘inherent’ overzicht en toezicht. Het geeft een gevoel van rust en beheersbaarheid (controle) voor zowel personeel als leerlingen. Dit hoeft geen saai of steriel eindresultaat te geven, doseren is de boodschap, werken  op essentie.

Gelet inhoud en gebruiker willen we vooral dat dit gebouw zichzelf uitdrukt, de logica der onderdelen, de structurele eenvoud, z’n rationele generieke maatbepaling, z’n functionele en technische geaardheid. Elke extra verwijzing naar artefacten of typologieën, elke accentuering in vorm, materiaal en kleurgebruik (bv benadrukken van de verschillende onderdelen/afdelingen), alle mogelijke ingrepen om identiteit te geven lijken ons hier niet ‘to the point’. Ze geven toegevoegde waarden aan het beeld die het verder van z’n essentie doen verwijderen.

 

1107 Nieuwbouw BUSO school - Open Oproep 2211 - Kortessem

muziekladder_01

'DE MUZIEKLADDER'

Opdracht: nieuwbouw kleuter-en lagere school + parkgebied 
Bouwheer: GO!
Bouwplaats: Schaarbeek
Totale Oppervlakte : 2200 m2
Status: Open Oproep 2212 - wedstrijd

1 site – 3 percelen - 4 actoren :
gemeenschappelijkheid en verscheidenheid , 3 percelen, deeltjes van eenzelfde bouwblok maar telkens gelegen aan een andere zijde ervan, in een andere straat. Elk grenzend en uitkijkend op een ‘ander’ stukje stad met een specifieke ‘couleur locale’, eigen temperament, karakter, oriëntatie…  ogenschijnlijk niet gerelateerde entiteiten.
Deze 3 ‘verscheiden’ plekken delen een ingekapseld park. Een grillig en volledig ommuurd binnengebied, gekaderd door de gearticuleerde achterkanten en-gevels van dit bouwblok. Als 4de , verborgen actor geeft het een fysieke (ver)binding, een primaire gemeenschappelijkheid tussen de 3 publieke (straatgerichte) actoren.
Omwille van de geaccidenteerd vorm, de interne opdeling via tuinmuren, de terrassering door niveauverschillen en de woekerende vegetatie, is deze verbinding geen evidentie. Ze valt niet 1 oogopslag te vatten maar is op het terrein, stap voor stap, te ondervinden. Het heeft iets van ontdekkingstocht en dat lijkt ons wel een interessante gedachte.

Zoeken naar identiteit : gemeenschappelijkheid en specificatie.
De 3 percelen werden reeds of worden opgeladen met programma : muziekacademie, basisschool, kleuterschool. Enerzijds hebben ze fundamentele overeenkomsten (educatie, onderwijs van kinderen / jongeren). Ze bezitten een inhoudelijke gemeenschappelijkheid, versterkt door het muzikaal project en de nauwe samenwerking met de academie. Anderzijds werken ze aanvullend, complementair en vormen zo een continue, educatief proces. Het is belangrijk om aandacht te schenken aan het specifieke in dit proces, de klemtonen van elke stap, leeftijd en plek … 
We zetten in op specificatie, op karakteruitwerking van de ‘onderdelen’. Het zoeken naar identiteit binnen een sterke gemeenschappelijkheid, met het park als fysiek, inhoudelijk en creatief ‘middenveld’ van deze leeromgeving : ‘common ground’

Lagere school : het herenhuis als referentie, als ‘kader’
De sfeer van de oude academie en de statige Belle Epoque panden in de Jan Blockxstraat bepalen ons uitgangspunt. De lagere school wordt opgevat als een stedelijk herenhuis, met alle typologische kenmerken in plan en beeld. Ons boeit het ruimtelijk princiepe van eenvoudige vertrekken geschakeld rond een ‘gemeenschapelijke’ deel met inkom en traphal. De enfilade, neutrale kamers, onderling inwisselbaar en multi inzetbaar versus een spatiale koppeling, 'de knoop'. De (klas)lokalen worden geordend rond een ‘vertikaal foyer’ dat het volledige gebouw, van onder tot boven, bedient.

Kleuterschool : wondere wereld – wereld van verwondering
Het is niet omdat men voor kinderen bouwt dat de architectuur ook kinderlijk hoeft te zijn. ‘Kinderen spelen het liefst net naast de speeltuin’, m.a.w kinderen de ruimte geven om hun creativiteit te ontplooien. Multifunctionele ‘niets-of restruimtes’ worden door hen als interessant beschouwd. Het zijn plekken die toelaten om telkens op een andere mannier te worden ‘ingevuld’ met fantasie en spel. Vandaar een ‘prikkelend’ gebouw, in plan en beeld. Niet gericht op sensatie maar op verwondering, bevraging, uitdagend en stimulerend. Resoluut en herkenbaar als ‘beeld’ in de stad, aanwijsbaar in de straat : ‘daar ga ik naar school’ … om trots op te zijn

1106 Nieuwbouw kleuter en lagere school - Open Oproep 2212 - Schaarbeek

pegasus_081

'PEGASUS'

Opdracht: Masterplan + nieuwbouw middelbare school
Bouwheer: AG Real estate / GO!
Bouwplaats: Oostende
Totale Oppervlakte : 1930 m2 
Status: Open Oproep 2020 - wedstrijd

Een school is in eerste plaats een dienstverlenende instantie die individuen de ruimte geeft hun capaciteiten te maximaliseren om deze vervolgens in de maatschappij ten gelde te maken. De architectuur van de school moet er voor zorgen dat dit ‘leren’ optimaal gebeurt : veel licht in de klas, niet te veel afleiding van buiten … een duidelijk onderscheid tussen leren en ontspanning. Dit is het technische luik.

Maar de school is meer. Het is een plaats van ontmoeting, een sociale ruimte, een leefomgeving. Daarom is het in schoolarchitectuur, naast het denken over de vorm en inrichting van de lokalen, net zo belangrijk eenzelfde aandacht te schenken aan ‘gangen’, speelplaatsen, poorten…. Meer dan louter functionele circulatie zijn het plekken van verwacht of onverwacht contact en ontmoeting, in en rond de school.

Scholen vormen niet alleen een gemeenschap op zich, ze vormen ook een gemeenschap met de wereld rondom. Een schoolwereld functioneert zowel naar binnen als naar buiten. Een school bindt en verbindt, genereert belangrijk sociaal structurerend weefsel.Toch is het belangrijk dat de school zich onderscheidt als een eigen wereld en niet zomaar / volledig opgaat in deze er rondom. Zij vormt wel degelijk een wereld op zich en dient hierdoor een min of meer onderscheiden karakter te hebben.

De pedagogische visie op onderwijs is in de loop der jaren verschoven. De klassikale, collectieve leerervaring is vervangen door een meer geïndividualiseerd proces. Gedifferentieerd onderwijs impliceert zelfstandig werken, groepswerk en collectief of individueel onderricht. Een schoolgebouw moet die veelzijdigheid ruimtelijk ondersteunen. De klas blijft echter de belangrijkste bouwsteen van een schoolgebouw. Vanuit deze ruimte kan het individu zich identificeren met de klas als groep binnen z’n leer- en leefomgeving. Meer dan ooit heeft een school nood aan verschillende soorten ‘ruimte’. Ruimte, zowel binnen als buiten, die uitnodigt tot contact en ontmoeting, experimenteren en alternatief gebruik.

We stellen een overzichtelijk campus voor zonder te vervallen in het eenheidsbeeld van een industriële of militaire structuur (fabriek /kazerne…). Het nieuwe gebouw, een gebald monovolume, wordt ingeplant volgens het assenstelsel van het initiële schoolgebouw. De bestaande fietsenstalling wordt gedemonteerd, ‘opgefrist’ en als strak lineaire structuur heropgebouwd binnen dezelfde configuratie, haaks op de nieuwbouw. Samen vormen ze een winkelhaak tegenover het initiële gebouw en versterken de heersende configuratie op de site. Het aangevuld ensemble, een vierkantsopstelling met 3 open hoeken, (her)‘bestemd’ 3 buitenruimten

Deze basisopstelling genereert mini-stedelijkheid, gekaderde plekken die in mekaar overhevelen met de nieuwbouw als spilfiguur van deze enscenering. Z’n positie wordt exact bepaald waardoor het fungeert als strategisch ‘verdeler’ binnen de totaalopstelling. Als begeleider van diverse circuits tot en over de schoolsite.

De lichte hoekverdraaiing van de nieuwbouw met de Steense Dijk geeft gericht doorzicht vanaf het voorplein naar het open hinterland. Hierbij blijven ook de zichtlijnen vanuit de rijwoningen (achtergevels) gerespecteerd. Het deels afschuinen van de kopgevels, in gebroken verstek, ‘verjongt’ het volume en plooit het voorplein naar de centrale ‘binnen’plaats / speelplaats. Het focust de voorzone.

Deze elementaire opstelling levert ons inzien het meest gepaste en effectieve resultaat op basis van de gestelde criteria. Het geeft tevens de positie aan van een mogelijke, volgende uitbreiding. Op de plek waar de bestaande fietsenstalling wordt herplaatst kan in de toekomst een nieuwbouw komen. Met hetzelfde planprincipe / opstelling als de huidige fase, maar dan over 2 bouwlagen, kunnen 12 extra klassen en een grote inpandige fiets-en bromfietsstalling worden voorzien. We willen dit gebouw bewust lager houden (geen 3 bouwlagen) omwille van de afstand tot de buren en het bestemmen van de huidige fase als ‘focus’ van dit ensemble. De afgeschuinde kopgevels vormen ook hier een interessant principe van trechtervormige overgangen tussen de verschillende ‘pleinen’.

Een aantal ingrepen ‘tunen’ het basisvolume, verduidelijken de inhoud. We laten ons inspireren door ‘artefacten’ van de kust. We spelen in op het specifieke licht aan de kust, dat veel sterker is dan in het binnenland, dat kleuren intensifieert. De interactie, het spel van vorm, textuur en kleur ‘facetteert’ het gebouw en legt diverse expressielagen. Ze leveren een sequentie van beelden, gevels die schichtig wegslaan of opduiken bij het naderen en ‘verkleuren’ in de zon … een steeds wijzigende mimiek

1102 Nieuwbouw middenschool – Open Oproep 2020 - Oostende

bloesem_311

'DE BLOESEM'

Opdracht : nieuwbouw uitbreiding BSBO ‘De Bloesem’
Bouwheer : GO!
Bouwplaats : St-Truiden
Totale Oppervlakte : 1794  m2
Status : wedstrijd open oproep - laureaat - opgeleverd 2013
E-peil : E 53

Het oude internaat, robuust, brutalistisch, in het groen. Z’n kruisvormig gestalt torent uit, segmenteert en articuleert de site. Het gaf nooit gevolg aan de omgeving, schiep resoluut een eigen context. De  kleuterschool ernaast, de aanzet van een onvoltooid masterplan, staat op zich, zet zich af en kiest bewust de ‘andere’ richting, deze van de buurt.

De contouren en ‘bestemming’ van de omringende buitenruimte vervaagt met de afstand tot deze 2 gebouwen, stapsgewijs ingevuld, louter functioneel geparceleerd en afgebakend. Tijdelijke containerklassen, speel- en moestuinplekken, afgerasterd met in situ hekwerk vormen randruimtes, overschotplekken en olifantenpaden tussen internaat en de kleuterschool. Ze bestendigen een onbestemdheid waar duidelijkheid zich moet aandienen.

Het gevraagde programma is in basis vrij summier : klaslokalen met een turnzaal en een logistiek verbinding (op verdiep) tussen internaat en kleuterschool. Onze wens om met deze fase ook ‘schoon erf te maken’ en een ‘toegang’ tot de school en met buurtgerichte presence te ensceneren, maakt de opdracht ambitieuzer, meer betekenisvol.

We onderzoeken mogelijke configuraties, schakels tussen internaat en kleuterschool. Diverse modellen worden getypeerd en getoetst : ambivalent model, hybride model, autonoom model… We kiezen resoluut voor een elementaire opstelling, haaks op de kleuterschool. De L vormige compostie heeft effect. Het samenspel met internaat en de oude scheimuur herdefinieert de context. Buitenruimtes worden afgetekend en spelen een rol in het toekomen en opvangen van de leerlingen vanaf de schoolpoort.

Het laten terugspringen van het nieuwe volume en z’n hoekverdraaiing met het internaat maakt een voortuin met focus : de oksel van internaat en nieuwbouw wordt toegang. Een onderdoorgang, tegelijk overdekte speelplaats is de verdeelsleutel tot de school. Het legt, samen met het overlangse zicht door de turnzaal, contacten tussen de achterliggende speelplaatsen en de straat. De nieuwbouw als spilfiguur .

De basisopstelling en onderlinge schakeling der lokalen levert een uiterst compacte bouwvolume, efficiënt in termen van economie energie en regie (overzicht en beheersbaarheid :

- Basisopstelling : een kern, infrastructuurblok (bergruimte, sanitair…) tussen 2 klaslokalen
- Schakelprincipe : enfilade van lokalen langsheen een middengang.

De verbinding (op verdiep) tussen internaat en kleuterschool valt samen met de ‘middengang’ tussen de lokalen. Deze wordt gekoppeld aan alle noodzakelijk nieuwe en bestaande toegangs-en evacuatiemogelijkheden.

We kiezen voor een integraal verlaagde, waterdichte betonnen kuip als algemene fundering op de draagkrachtige laag op 1.50 meter diepte.
het schakelprincipe van lokalen is plan- en structuurbepalend. Functionele kernen tussen deze lokalen vormen de draagstructuur van het gebouw. De cetrale positie van de turnzaal valt, logischerwijs, samen met het dubbel ‘veld’, overspanning tussen 2 kernen. Het nemen van de funderingsplaat als vloerpas geeft de nodige nuttige hoogte.

Tijdens het uitwerken na de wedstrijd wordt besloten om een toekomstige derde fase in één beweging mee uit voeren ifv bouweconomie en de sterke groei van het aantal leerlingen…. Er wordt alsnog gekozen om hierbij ‘in de hoogte te gaan’ (een 3de bouwlaag) ipv de  laterale uitbreiding zoals voorgesteld tijdens wedstrijd. Doorslaggevend hierin is de resolute  keuze voor meer ‘open ruimte’ op de schoolcampus, maximaal behoud van het ‘parkkarakter’. Het initiële plan en structureel principe tonen hierin hun flexibiliteit en blijken ook met deze extra laag optimaal te werken.

Naast het organisatorisch aspect, de werking van het gebouw, is ook zijn beeldvorming en beleving van groot belang, an sich en binnen z’n omgeving. We willen dat de gevel uitdrukking geeft aan de rationele opbouw, helderheid en wezenlijke eenvoud maar zonder ‘saai’ of ‘streng’ te worden. Een gebouw zonder poespas, nuchter, degelijk maar toch met ‘schwung’…. een vleug speelsheid ….
Afwisselend metselwerk in 2 steenformaten tekenen horizontale banden op de gevel. Deze banden positioneren de raamopeningen der lokalen. 2 breed gekaderde openingen beëindigen telkens de traphal in voor-en achtergevel, als ogen op de omgeving. We kiezen bewust voor subtiel detail. De lichte gevelsteen valt binnen het kleurpallet van het oude internaat en het houten kleuterschooltje. De onderdoorgang zet een fris blauw accent, een tint die zich binnen verderzet. 
 

 

0901 Nieuwbouw school - Open Oproep - Sint-Truiden

De luchtballon_01

‘DE LUCHTBALLON’


Opdracht :  nieuwbouw Basisschool ‘De Luchtballon’
Bouwheer :  GO! Gemeenschapsonderwijs
Bouwplaats :   Kalmthout
Status : wedstrijd


De 'luchtballon' ligt in het rustige centrum van Kalmthout-Heide, temidden een bosrijke, residentiëele omgeving. De bestaande school bestaat uit 3 afgeleefde barakken, als basisschool, en een kleuterschooltje uit de jaren ‘70. Omdat deze school operationeel moet blijven tijdens de werken en ook toekomstgericht voldoende groeipotentieel moet hebben, stellen we een gefaseerd masterplan op.

Een uiterst compact bouwvolume van rug aan rug geschakelde lokalen, met de circulatie aan de buitenzijde, is veruit het meest interessante concept in termen van economie, energie en regie (overzicht, beheersbaarheid). Omwille van deze opstelling maken we een gebouw met een bruto/netto factor van 1,13 ipv 1,35. Hierdoor kunnen we een turnzaal als extra programma realiseren.

Alle klassen en de turnzaal worden onder een doorlopend, geplooid dak geschoven. De nokruimtes worden duplexen binnen de klashoekwerking. De dakoversteek rondomrond vormt een overdekte corridor en werkt als zonnewering. De gekartelde dakvorm maakt het gebouw beeldbepalend en geeft het de schaal van z’n residentiële omgeving.


 

1009 Nieuwbouw basisschool – Kalmthout

Meer Onderwijs

Publiek

muizen_02

‘MUIZEN KAPEL’

Opdracht :  herinrichting van de ruimte rond Muizen kapel
Bouwheer :  kerkfabriek Muizen
Bouwplaats :   Muizen


De conditie van de omgeving rond de kapel is uiterst verwarrend. Alles is met elkaar vergroeid : de kapel, het aanpalende perceel , een erfdienstbaarheid en het openbaar domein. Er zijn geen duidelijke grenzen, alles is vaag en onbestemd.

Het sterke element binnen deze omgeving is de kapel zelf. De 'gedane' ingrepen errond lijken (zijn) willekeurig : losse strookjes beukhaag trachten de plek te zoneren, de zitbanken werden achteloos ingeplant en de verharding tot en rond de kapel is grilling in plan. Goedbedoelde ingrepen maar te nuchter, te profaan : een bank om te kunnen zitten, een verharding om niet in de modder te moeten staan, een vuilbak voor afval, wat haagjes als scheiding met het aanpalende perceel… Ze hebben allen een duidelijke functie maar zijn futiel van impact en hierdoor ‘betekenisloos’. Ze dragen niet bij tot de symboliek, de spirituele  geladenheid van deze plek.

Wij willen hier (terug) een specifieke en betekenisvolle plek maken. Elke toevoeging, elk aangebracht element moet weloverwogen de identiteit van deze plek versterken. Belangrijk is dat de kapel de protagonist blijft binnen deze nieuwe enscenering.

MOTIEF

We refereren naar de 'Hortus conclusus', de 'Jardin Clos' of het ‘Besloten Hof’. De omsloten, ommuurde tuin die in de kunstgeschiedenis en de literatuur, al sinds de Middeleeuwen, beladen werd met betekenissen en symbolen. Het concept voldeed aan een aantal ‘voorschriften’ of karakteristieken die voornamelijk bij de aanleg van abdijtuinen en begijnhoven van toepassing waren.

De Hortus ontstond als antwoord op de religieuze en culturele behoefte van de middeleeuwse mens. Het stelde een oord voor waarin antwoorden werden geboden op de grote existentiële vragen. Het vormde een schakel tussen mens, natuur en God. Het was een plek voor contemplatie en introspective. In de kunsten was het een metafoor voor de Maria boodschap (de annunciatie) en een verbeelding van de 'Tuin van Eden' of het 'Aardse Paradijs'.

In de profane wereld groeide de Hortus Conclusus uit tot het eigen kleine paradijs, een geheime tuin of liefdestuin waarbinnen het ritueel van de hoofse, platonische liefde werd gevierd maar ook erotiek, behoed tegen onbescheiden blikken

INGREPEN

De wegenis ifv de erfdienstbaarheids wordt gerectificeerd tot een strakke strook (300 cm breed) en verhard met witte kiezel (fluisterpad) in honingraadplaten. Deze strook kan tijdens de meiviering dienst doen als opstelplaats voor de fanfare. Het 'restperceel' wordt tot op de maximumgrens afgetekend en omgord als 'besloten hof'

de positie van de bestaande bomen configureren de vorm van het schip van een kerk. De stammen vormen de zuilen, hun kruinen zijn als gewelven. Deze metafoor willen we resoluut versterken. De zieke bomen worden vervangen. De binnen deze constellatie ontbrekende 7de boom wordt op de correcte plaats aangeplant. De 3 overige bomen worden gesnoeid. Zeven is bovendien een heilig en zeer symbolisch geladen getal. Het staat symbool van de heelheid van de mens die antwoorden zoekt op het mysterie van het leven. De zeven symboliseert de voltooiing van een werkzaamheid (de zevende dag van de schepping), maar kan ook wijzen op een wonderbaarlijke verandering van het eigen ik….

Een 'omvattende' vorm wordt uitgesneden of uitgespaard in een dichtgegroeid palmhaag massief. Het bestemd een bewust vrij gemaakte, open plek rond de kapel. De haag wordt strak getrimt zowel aan de randen als in de hoogte (100 cm). Het grondplan van deze uitsnit / uitsparing wordt verhard met de gerecupereerde kasseien van de huidige 'bestrating'. Deze worden geplaatst volgens een nieuw ontworpen motief.

2 'koorbanken' met hoge rug worden lateraal en tegenover mekaar geplaatst in deze uitgesneden vorm. Een kleine inclinatie richt ze op de kapel. Alleen via een trechtervormige doorgang of uitgedikte poort kan het besloten hof 'betreden' worden. Deze poort staat altijd open maar kan eventueel van binnenuit worden vergrendeld . Het tijdelijk toeëigenen van deze plek voor individuele bezinning…. even weg van de wereld.
De toegang leggen we aan de zijkant, te bereiken via het pad van de erfdienstbaarheid. Niet zichtbaar vanop straat maar ietwat ‘verborgen’. Deze dient bewust te worden gezocht. Aldus wordt dit pad betrokken en onderdeel van het traject, de weg naar de toegang.

Een essentieel onderdeel van de Hortus is de ‘fontein van het leven’.
Deze levensfontein staat symbool voor de oorsprong van alle leven. Hierdoor is de Hortus Conclusus gemodelleerd naar de Tuin van Eden zoals beschreven staat in Genesis 2. Hierin is sprake van een bron in het midden van de tuin die zich in 4 stromen vertakt om de tuin te bevloeien. Een drinkfontein zou dorst kunnen lessen en verfrissing bieden. Een schaal met water hieronder kan refereren naar de spiegelvijvers waarin de hemel wordt gereflecteerd…
 

1310 Herinrichting site kapel - Muizen

berlare_01

'BERLARE'

Opdracht: Nieuwbouw administratief centrum 
Bouwheer: Gemeente Berlare
Bouwplaats: Berlare Totale Oppervlakte : 1936 m2
Status: Open Oproep 1819 - laureaat - in bouwaanvraag

Onze site, gelegen in het historische hart van de kerngemeente ‘Berlare’, is volledig dichtgebouwd. De contouren van het perceel (op begane grond) werden geëxtrudeerd tot ‘superette. Deze vormt de sokkel van een erfgoedrestant zijde ‘Dorp’. De voorgevel recht tegenover het huidige gemeentehuis, schuin tegenover het neogotische koor van de Sint – Maartenskerk en de 17e eeuwse schandpaal centraal ertussen. De achterzijde(gevel) van de site komt uit op de ‘Kerkwegel’. Deze kromt licht hellend vanuit het ‘Dorp’ naar de achtergelegen gemeentelijke sporthal met parking. De ‘Kerkwegel’ is geen straat afgebouwd met gevelfronten. Het heeft de allure van een verhard tuin- of dorpspad’ (wegel) dat de smalle en diepe percelen zijde ‘Dorp’ begrensd aan de achterzijde. Het toont een staalkaart van alle mogelijke vormen en facetten in het gebruik van ‘achterkanten’: gearticuleerde en vertrapte (achter)bouwvolumes, ad hoc tuinafsluitingen, technische installaties (bakkerij), garage-boxen en tuinbergingen, laad en loszones van de vroegere superette…
De superette zonder het dak, louter diens omwalling op de perceelsgrens materialiseert de weerbarstigheid van het perceel en levert in essentie een boeiend beeld : een besloten hof, een grillige kamer als geborgen decor / omsluiting van nieuwe invulling > intra muros.

De voormalige functie als superette levert een mogelijke insteek tot organiseren van het gestelde programma binnen deze sterke grenzen -> mercado.
Omwille van een niveauverschil (1m65) op het terrein, tussen voor-en achterzijde, introduceren we een ‘souterrain’. Dit levert 2 identieke plateau’s voor maximum gebruik. De ‘(be)leefbaarheid’ van deze plateau’s zal in grote mate worden bepaald door het kunnen aantrekken van natuurlijk daglicht. Omwille van de in hoofdzaak gesloten buitengrenzen dient dit grotendeels binnen het eigen volume te worden gegenereerd.

We organiseren de volledige administratie in clusters langsheen een ‘contactstrip’ telkens op de 2 plateau’s. Deze overlangs, geconditioneerde strook tussen voor-en achterzijde is in essentie het medium tot informatieoverdracht aan en contact met de bezoeker. Dit contact wordt op verschillende manieren georganiseerd.

Naast het organisatorische aspect, de werking van een gebouw is ook de uitbeelding (van z’n functie), de beeldvorming en beleving van groot belang (an sich en binnen z’n omgeving). Gelet de nieuwe functie als administratief centrum – raad of gemeentehuis krijgt dit gebouw een prominente rol toegewezen. Deze noodzaakt een zekere uitstraling waardoor het zich noch in vorm noch in volume mag laten ‘knechten’ door belendende appartementen (promotiebouw). Zij mogen niet de maat bepalen van dit gebouw.
Als we even vergelijken, werden en worden soortgelijke programma’s telkens uitgewerkt in markante, karaktergebouwen. Ze ademen de geschiedenis van de plek / plaats en bepalen mee het ‘gezicht’ van dorpspleinen en stadskernen. We vinden dat dit ‘nieuwe’ gemeentehuis eenzelfde recht en plicht heeft binnen het dorpsgezicht. Het dient zich vooral niet ondergeschikt te positioneren en moet z’n taak als publiek gebouw van betekenis kunnen waarmaken. Natuurlijk binnen de ‘mate’ van z’n omgeving.

Ons basisidee van de ommuurde kamer, het verstenen van de perceelscontouren (intra muros), willen we hierbij laten doorwerken, laten voelen. De buitenste schil wordt integraal verzelfstandigd als tactiel kader, zowel binnen als buiten, in voor-, achter-en zijgevels. Binnen dit idee willen we de aanwezige dualiteit, het verschil in karakter tussen de voor en de achterzijde van het perceel, tussen ‘Dorp’ en ‘Kerkwegel’ uitspelen :
a. Voorgevel ‘Dorp’ -> prominent, plechtstatig…uitstraling.
We bedenken deze gevel met ‘klassieke’ opbouw en verhoudingen. We laten ons inspireren door formele, prominente gevelpartijen uit het verleden die we herbekijken met een eigentijdse blik en opvatting.
De geautomatiseerde zonneschermen voor de 3 hoge ramen van de raadzaal worden ‘opgesmukt’ met een (geabstraheerde) print van het wapenschild van de 3 deelgemeenten. Deze zonneschermen vol heraldiek refereren ludiek naar de vlaggen, wimpels en banieren die oude raadhuizen, belforten en hallen sier(d)en.
b. Achtergevel -> informeel, …tuin.
Geen ‘opsmuk’ zijde Kerkwegel. De bestaande achtergevel en omwalling worden behouden als onderdeel van ‘intra muros’. Het kadert de informele toegang via een omsloten tuin (besloten hof / jardin clos). Het betrekt dit stukje ‘park’ tot de invloedsfeer van het gebouw. Deze buitenkamer verzorgt de overgang tussen de heersende chaos van ruwe achterkanten en de open achtergevel van het nieuwe administratief centrum.
De terugliggende bovenbouw van het achterlichaam wordt bekleed met een patroon van gekleurde vertikale latten, dit refereert naar de traditie om de daken van prominente gebouwen te verrijken met gekleurde motieven de zgn. mozaiekdakvlakken… Het vormt een speels contrast met het robuuste van de stenen omwalling.

1004 Nieuwbouw administratief centrum – Open Oproep 1819 - Berlare

zegel_01

'ZEGEL-STATION-ZEGEL'

Opdracht: Nieuwbouw stadshybride  'Zegelstraat'
Bouwheer: AG Vespa
Bouwplaats: Borgerhout - Turnhoutsebaan / Zegelstraat
Totale Oppervlakte: 695 m2
Status: wedstrijd - 2de  plaats

Deze wedstrijd gaat over het het bedenken/ontwerpen van een ‘stadshybride’ op een zeer complexe plek in Borgerhout. Een gebouw met politiekantoor / metrotoegang/ kantoren / wonen en ondergronds parkeren…binnen een strikte stedenbouwkundige envelope. De vraag die ons hier parten heeft gespeeld (naast het in mekaar boksen van dat programma) was welk beeld dit gebouw dan wel of niet diende te hebben, gelet die heterogene en flexibele bezetting en functie. Opvallen of net niet … flexibiliteit versus  specificatie. We hebben het voor ons zelf trachten te definieren/omschrijven  :

‘Het gebouw dient gecontroleerd en beheerst uitdrukking te geven aan z’n complexe en ambigue situatie. Vol ernst en tegelijk zelfrelativerend. Met een weerbarstige eenvoud maar subtiel gelaagd op de diverse schaalniveau’s. Duidelijk maar niet te vatten binnen één blik, stelselmatig te ontdekken. Een gebouw met metropolitane allure, die de vele en wijzigende condities opvangt. Trefzeker ingevoegd in z’n omgeving’. Met een pragmatisch gevel die een hybride programma, fluctuerend in tijd, kan blijven vatten met tijdloze presence… als een ‘tweed jacket’.

De vorm van de bovenbouw volgt de logica van de programma-en structuurkeuzes gemaakt in de ‘sokkel’. Het verbinden van 6 markante structuurpunten levert een plan van een ‘dubbeleinder’ figuur. Deze wordt over 3 bouwlagen geëxtrudeerd tot een lichaam met 6 gevelfacetten: ‘een ‘dubbeleinder’kristal (tweezijdige kristal).  ‘Deze kristal wordt bovendien beschouwd als vormvolmaakt, verspreidt en absorbeert energie, kanaliseert deze en vormt de brug tussen energiepunten (-> plezante connotatie met het onderliggende metrostation)’. -> new age gewawel….
Het is een zeer expressieve vorm in totaalbeeld, die hier echter nooit te zien is omwille van z’n schaal, maar die wel een zeer interessante sequentie aan beelden oplevert : gevels die schichtig wegslaan of opduiken bij het naderen van het gebouw. Het articuleert de hoek in een steeds wijzigende mimiek, gevelfacetten die appelleren met de omgeving. Op de hoek van de 2 straten worden 3 gevel‘punten’ van de bovenbouw uitgelijnd op het onderliggend publieke foyer / metrotoegang, dat hierdoor wordt gemarkeerd. De hoekverdraaiingen van de overige  gevelzijden maken dat het ‘sculptuurgewicht’ van bovenbouw niet louter op de hoek, maar in diens bissectrice komt te liggen. Een anders plompe, stompe hoek wordt nu rank en elegant… als een boeg van een schip of een campanile

De tonen, tinten, systemen en structuren van de omgeving worden gevat, verwerkt en  geïnterpreteerd om het invoegen te bevorderen. Hierbij moet de synthese van abstracte jaren ‘60 en ‘belle epoque’ een sterker beeld opleveren dan louter ‘blend in’. De ‘grote vlakke gevelorde’ van de jaren ’60 wordt gekoppeld aan textuur,materie en detail uit de belle epoque. Deze genetische combinatie maakt dat het gebouw zich inpast en weerbaar opstelt tussen de bruusk verspringende schaalniveau’s en impressies van z’n omgeving.

Het toepassen van een vertikale orde met pilasters (of halfzuilen) in gevelmetselwerk levert de ideale ‘schaalschuifmaat’ die het gebouw laat accorderen met z’n omgeving. Achter de vertikale orde der pilaters, zitten horizontale banden met raamopeningen. Het levert een geweven gevelstructuur.  Het omschakelen van reliëf tussen  vertikale en horizontale geleding, de geleidelijke variatie in ritme en grootte van de raamopeningen prononceren samen met het spel van licht en schaduw de opeenvolgende gevelfacetten van de bovenbouw en versterken de kristallijne vorm.

 

 

0908 Nieuwbouw stadshybride met politiekantoor, toegang metro en appartementen – Antwerpen

lo_04

'LO'

Opdracht: Nieuwbouw / Renovatie en restauratie administratief centrum
Bouwheer: Gemeente Lo-Reninge
Bouwplaats: Lo-Reninge
Status: wedstrijd

3 gearticuleerde gebouwclusters met hiertussen amorf in elkaar vloeiende buitenruimten vormen de site. Het is een ‘in kern opgeklommen’ historisch kloostercomplex, aanvang 1493. Beeldbepalend als stadgezicht kennen de diverse onderdelen een sterk gediversifieerde beschermgradatie. De meest recente toevoeging, een losstaande zaal in een historiserende inpasstijl (20e E), werd net zoals alle buitenruimten niet ‘geclasseerd’.
Zulke gehelen worden in wezen gekenmerkt door een actieve bouwkundige geschiedenis. Er werd met regelmaat gesleuteld (afgebroken, bijgebouwd en verbouwd) aan dergelijke ensembles vanuit divers perspectief. Als 'levend' organisme ten dienste van z’n bewoners / gebruikers / overheersers...werd in het verleden veel minder omzichtig omgegegaan met het voorgaande. Toch voelen zulke ensembles aan als een wezenlijke eenheid. Door de morfologie en typologie ervan te analyseren trachten we essentiële basisthema's te vatten en deze te (her)gebruiken om zo de ziel / het karakter van de site aan te vullen en wezenlijk te versterken.

Het geheel krijgt geen 'museaal karakter' maar een nieuw, intensief hedendaags gebruik. De voormalige kloostergebouwen met omliggende "buitenzones" worden door deze nieuwe en actieve bestemming gevrijwaard van verval en ingeschakeld in het dagdagelijks gebruik van de gemeenschap.
De laatste toevoeging wordt afgebroken. De programmatie van het bestaande en het nieuwe worden in overeenstemming gebracht met de hieraan gekoppelde ingreep-en gebruiksintensiteit . Het is ons doel het bestaande aan zo minimaal mogelijke ingrepen te onderwerpen door ze deze functies te laten huisvesten welke geen tot zeer beperkte infrastructurele aanpassingen vragen van de beschikbare ruimten. Het wordt gekoppeld aan hun 'graad van bescherming'. Dit uitgangspunt levert 3 programmaclusters die het geheel duidelijk zoneren en systematiseren naar functioneel gebruik.

1. Protocollaire functies in die delen met de hoogste beschermingsgraad.
Deze functies hebben een gerichte, doch beperkte gebruikintensiteit en vragen slechts lichte infrastructurele (technische) input.
2. Bestuurlijke functies : kabinetten van burgemeester & schepenen + schepenzaal.
De kamerstructuur van de ZW-vleugel is hiervoor uitermate geschikt . Er dient een beperkte structurele ingreep (indeling) worden voorzien ifv interne ontsluiting en aansluiting met de nieuwe administratieve vleugel. Omwille van het private / semipublieke karakter kent ook deze zone een eerder zachte 'gebruiksdruk'.
3. Administratieve functies : Nieuwbouw (landschaps)kantoren voor alle stedelijke diensten, OCMW, geconditioneerd archief in de kelder, lift... dit deel voldoet aan alle hedendaagse normen, hier dient een zeer hoge en intensieve gebruiksdruk te worden opvangen. De aanwezige gebouwconfiguratie wordt 'voortgezet'. Een L-vormige vleugel wordt met een minimale doorsteek gekoppeld aan kopgevel van de ZW-vleugel.
Door de structuur van het gebouwde te versterken worden tegelijk de hieraan gekoppelde buitenruimten duidelijker gearticuleerd. Deze gaan op hun beurt gebouw- en programmaondersteunend werken. Ze bedienen de aangrenzende binnenruimten en krijgen naargelang hun positie een publiek, semi publiek tot privaat karakter. Via beproefde 'historische' plein-en tuinthema's ontstaan duidelijke zoneringen ifv gebruik, overzicht / begeleide ontsluiting..... Het geheel wordt via deze buitenruimten gradueel betrokken en ingevlochten op het stedelijk patroon.
a. Voorplein, publieke 'aanlandzone' door het achteruitspringen van de 'straatgevelwand'.
b. Binnenhof met pandgang omsloten door de nieuwe administratieve vleugel en de ZW-vleugel (kabinetten) : publieke 'cour carré' voorzien van haagformatie vb. met 'boterwafelmotief ' van J. Destrooper.
c. Besloten hofke, protocolaire (receptie)tuin tussen ZW-vleugel (uitzicht kabinetten) en ZO-vleugel (receptiezaal) : intimistische binnentuin met 'bloemvakken'.
d. Ceremonieplein met 'Vrijheidsboom' + kiss & ride zone voor de schoolpoort.
e. Stedelijke parktuin / boomgaard.
f. Omsloten speelplaats (koer) van het schooltje.

Het bestaande blijft beeldbepalend in een historisch gegroeid en te groeien ensemble van hoofd - en bijgebouwen. Het nieuwe stelt zich bescheiden en respectvol op, doch is niet 'ondergeschikt'. Het heeft en geeft mee karakter aan een vervolledige opstelling. Het verleden dient op een rijke maar niet beperkende wijze aanwezig te blijven in de toekomst waarbij de site als totaliteit een nieuwe frisheid en 'elan' krijgt. 

0807 Nieuwbouw / Renovatie en restauratie administratief centrum - Open Oproep - Lo reninge

casco_01

‘CASKO’

Opdracht : multifunctionele fuifzaal
Bouwheer : stad Antwerpen
Bouwplaats : Antwerpen
Totale Oppervlakte : 1320 m2
Status: wedstrijd

Weggeborgen in de buik van de spoorweg, een bermbunker. De betonstructuur van de uitgeholde spoorwegbedding levert een danig sterk beeld . De massieve ritmering van deze unieke karkas vraagt geen ‘competitieve’, enscenerende toevoegingen, maar louter werkingondersteunende aanvulling. Dit bufferend schild is reeds zaal, potent ‘fuifhol’.

Twee te voorziene dwarse doorgangen markeren de zone en geven toegang : een publieke,  stedelijke shortcut en een private, functionele servitude / ‘back ally’.

Zoals gesteld is de fysieke constellatie van het primair programmaonderdeel reeds daar, voorhanden. Een ruimte die ’an sich’ enorm begeestert en kan functioneren mits toevoeging van organiserende voorzieningen (secundair programma). Dit aanvullend programma wordt optimaal  samengeperst in sterk verdichte clusters / pakketten. Deze worden op 2 plaatsen als akoestische ‘prop’ ingeklemd en gaan alzo tussen-en langs zones in het gegeven continuüm definiëren, betekenen en opladen.

A. ‘Vette prop’.

De ‘vette prop’ is een heterogene programmakoek, het maximaal bundelen van zo veel mogelijk essentiële programma additieven. Ze is opgevat als een zuiver utilitaire machine geplugd tussen publieke doorgang en ‘zaal’. Hierdoor is zij tegelijk regulator, filter en buffer langsheen de publiekszijde. Binnen de prop worden alle circulatiezones geconcentreerd en tot hun nodig minimum herleid, voorzien van akoestische sassen en ‘verrijkt’ met aanvullende taken. Hiertussen worden de resterende programmadelen volgens optimaal gebruik en organisatie naast en achter mekaar geschakeld. Door z’nopbouw vormt dit geheel een uitgedikt, gelaagde ‘wand’, ideaal als akoestisch buffer, waardoor aan deze zijde extra (dure) geluidsdempende ingrepen kunnen worden vermeden.

De prop wordt maximaal vooruitgeschoven in de doorgang. Z’n gelaagde opbouw maakt dat het café volledig kan worden beglaasd met breed perspectief en overzicht op doorgang en een vluchtige blik op het aanpalend stedelijke leven.
De prop wordt onder de bestaande betonbalken geplaatst. Tussen z’n dak en de dwarse betonnen balkstructuur ontstaan ‘spontaan’ restzones.

Met beperkte ingrepen kunnen deze worden ingevuld met programmaonderdelen mogelijk op verdieping. Mits eenvoudige short cuts kunnen deze extra gebruiksruimten apart functioneren en/of in directe relatie gaan staan tot café en zaal. Deze ruimtes zijn hierdoor flexibel invulbaar vb. als LAN-ruimte, vergaderzalen (verenigingen), artiesten-foyer en backstage, tentoonstellingen… .
De ‘ vette prop’ wordt volledig los van het betonnen karkas geassembleerd volgens het principe ’droge montage’. Het is een industriële, strak modulaire staalstructuur. Het frame wordt op hoogte geplaatst t.o.v de bestaande vloerplaat (ifv leidingcirquits) op een ‘vering’ die het trillen van de omgeving dient te neutraliseren.

B. ‘Zaal’

De ‘zaal’ is de zone afgetekend tussen de 2 proppen. Ze is voorzien van de nodige toegang, evacuatie-en toeleveringscircuits en wordt volledig langs en door deze proppen ‘bediend’. Ze is vierkant van (plan)verhouding ifv multifunctioneel gebruik.

C. ‘Magere prop’ met  servitude.

Een betonnen scheidingswand vormt de akoestische en organiserende buffer tussen ‘zaal’ en servitude. In de plooi van deze gearticuleerde wand, zit achter een open hekwerk zijde servitude, de volledige technische installatie van de zaal ventilatie en verwarming. Eveneens in een ‘bovenplooi’ van deze wand (zijde zaal) zit een verhoogd ‘DJ’ nest met zicht over de zaal. Een deel van de ‘servitudezone’ kan benut worden als tijdelijke backstage tijdens evenementen.


 

0707 Multifunctionele fuifzaal – Antwerpen


Zorg

dennenhof_00

'DENNENHOF'

Opdracht :  nieuwbouw uitbreiding van het “Dennenhof” ifv begeleid wonen voor 11 jongeren.
Bouwheer :  VZW Dennenhof
Bouwplaats :   Schilde
Totale Oppervlakte :  590 m2
Status : wedstrijd

De VZW “Dennenhof” is een overkopelend centrum voor jongeren, tussen 5 en 17 jaar oud, met gedrags-en emotionele stoornissen. Ze voorzien begeleid wonen en werken samen met scholen in de onmiddellijke omgeving. Dit wonen wordt telkens georganiseerd per cluster van 3 woningen. Elke van deze woningen huisvest telkens één leefgroep en wordt gerund door een team van opvoeders samen met de kinderen. Zo zijn er diverse clusters, her en der verspreid over de provincie Antwerpen.

In Schilde wil men een derde woning toevoegen aan reeds 2 bestaande leefgroepen. De bestaande woningen vormen een L-opstelling op het perceel. De organisatie van deze woningen en de buitenruimtes zijn doorheen het gebruik volledig op z’n kop gezet. Vooreerst stellen we hierin, via eenvoudige ingrepen, orde op zaken : een duidelijke toegang en (buiten)zonering per leefgroep.

Beheersbaarheid, huiselijkheid, geborgenheid, optimaal contact met de boomrijke omgeving en een eigen identiteit vormen de uitgangspunten tijdens het ontwerpen van de 3de woning.
De eigen kamer/studio voor elke bewoner is het basiselement binnen een radiaal concentrisch model. De onderlinge schakeling van het spievormig studioplan minimaliseert de circulatie tot een centrale kern met trap. Hierdoor kan er extra oppervlakte worden geschonken aan de individuele studio’s en de gemeenschappelijke leefruimtes. Dit compact plan combineert overzicht met geborgenheid, efficiëntie met huiselijkheid, zuinigheid met een royale ruimtelijkheid.

Deze ‘ronde’ veelhoek is een op zichzelf staande figuur, een wezenlijk andere (woon)typologie. Ze vormt een duidelijke eindpunt binnen de opstelling van de 3 woningen. De ‘veelgevelwoning’ is maximaal gericht op de omgeving, z’n vorm is rondomrond evenwaardig en stigmatiseert de aanpalende buitenruimte niet als een voor-of achterzijde.
 

1309 Nieuwbouw begeleid wonen - Dennenhof - Schilde

oude god_01

‘OUDE GOD’

Opdracht : nieuwbouw kinderopvang + jeugdlokalen
Bouwheer : Stad Mortsel
Bouwplaats : Mortsel, park Oude God
Totale Oppervlakte : 2100 m2
Status : wedstrijd

De eigenlijke site voor de nieuwe buitenschoolse kinderopvang (BKO) en jeugdgebouwen is gelegen aan weerszijden van de nieuwe ‘toegangspoort’ tot het nieuw uit te bouwen parkgebied die de stad mortsel wil realiseren. Kenmerkend voor deze toegang van het park is de bestaande dreef met het bewaarde oorlogsmonument, een overblijfsel van de oude begraafplaats.

MODEL 1
In een eerste model onderzoeken we de mogelijkheid om het uitzicht op het park te maximaliseren. Alle leefgroepen situeren zich maw boven het maaiveld en krijgen daardoor een onbelemmerd zicht op het park. De half verzonken bouwlaag creëert een grote overdekte buitenruimte. Nadeel van dit model is dat leefgroepen en buitenruimtes geen directe verbinding hebben.

MODEL 2
Een tweede model onderzoekt het tegenovergestelde. Maximaal programma (half) onder het maaiveld.  Er wordt een sokkel gecreëerd met een ‘inkompaviljoen’. We verwijzen hiermee naar de ‘parkfolie’, lichte bijna transparante bouwsels die voor schaduw en verpozing zorgen. Nadeel van dit model is dat het contact tussen de leefgroepen en het park zelf geminimaliseerd wordt. Ook het dense, gesloten karakter van de (half) ingegraven bouwlaag levert geen meerwaarde.

MODEL 3
Een derde model combineert de voordelen van beide voorgaande modellen. Het volume wordt gecomprimeerd in twee bouwlagen. Een half-verzonken niveau maakt dat de maximum bouwhoogte van 5 m niet overschreden wordt. Het stapelen van het programma zorgt ervoor dat de leefgroepen op de verdieping +0.5 maximaal uitzicht hebben op het park terwijl de leefgroepen op -0.5 maximaal contact hebben met de buitenruimtes. Het stapelen zorgt tegelijkertijd voor een ‘compacter’ gebouw met een kleinere footprint, wat de impact op het park verkleint en de resterende buitenruimtes vergroot.

Het volledig gebruiken van de maximale bouwhoogte maakt dan weer dat de gebouwen beter zichtbaar worden vanaf de Edegemsestraat. Op die manier versterkt de bebouwing het concept van een inkompoort voor het park.

Spiegel
Het ontwerpen van twee gebouwen aan weerszijden van een bijna symmetrische dreef, als nieuwe toegangspoort tot het park vraagt om een duidelijk statement.
Hoewel in beide gebouwen een bijna gelijkaardig programma wordt gehuisvest, een buitenschoolse kinderopvang en lokalen voor de jeugdbeweging, zijn deze niet zomaar inwisselbaar. Toch vInden wij het belangrijk om niet gebouw A met programma A en gebouw B met programma B te bedenken.

De twee gebouwen dienen als één geheel beschouwd te worden en vormen elkaars spiegelbeeld. Het spiegelen van de volumes en de opstelling van de twee gebouwen ten opzichte van het oorlogsmonument creëren monumentaliteit. Dit versterkt de symmetrie van de dreef, creërt een poorteffect en begeleidt de bezoekers naar het park.

 

1105 Nieuwbouw laag-energie buitenschoolse kinderopvang en Jeugdlokalen - Mortsel

kostuum_33

‘KOSTUUMATELIER’

Opdracht :  passief kinderdagverblijf  met 6 leefgroepen (108 kinderen) + 5 passieve woningen +
ondergrondse parking (57 staplaatsen) + nieuwe doorsteek groen kwartier
Bouwheer :  AG VESPA, AG KOP, Stad Antwerpen
Bouwplaats :  Site van het kostuumatelier net naast het voormalig ‘Militair hospitaal’ te Antwerpen
Totale oppervlakte : 4700 m2
Status : in werf
Vermelding : wedstrijd - laureat uitvoering

De terreinoppervlakte binnen de grenzen telt 2648 m2, de ontwikkeling van de grillige perceelscontour meet 2476 lm waarvan 32 lm grenst aan het publieke domein : de Van Luppenstraat. De site van het kostuumatelier is momenteel voor 80% bebouwd. De aaneengesloten koek heeft het perceel verdicht tot aan de perceelsgrenzen.

Tabula rasa -> onze keuze voor volledige nieuwbouw bewijzen we dat we de toekomst kunnen instappen met iets dat op alle niveau ’s wezenlijk beter is, we kiezen resoluut voor ‘passief’

Eerder dan complexiteit te zoeken trachten we zeer nuchtere en heldere stedenbouwkundige principes te hanteren. We plaatsen de zaken eenvoudigweg naast en tegenover mekaar -> stedenbouw van eenvoud.

We maken een volumesimulatie, een model van het terrein en z’n onmiddellijke omgeving. Deze simulatie leert ons om een nieuwe invulling op het binnengebied zeer beheerst en bijna letterlijk ‘low profile’ te houden. Dit om ‘volumecongestie’, een clash van massa binnen deze zone te mijden.

1. Langsheen de Van Luppenstraat vervolledigen we de gevelwand. We bouwen het ‘gat’ toe met rijwoningen. Deze krijgen het formaat (qua hoogte en diepte) van de aanpalende woningen in de straat. Een opening in deze gevelwand (de breedte van 1 rijwoning) geeft toegang tot het erachter gelegen binnengebied.

2. De verbinding / doorsteek met het ‘Militair Hospitaal’ voorzien we aan de linker zijde van het perceel. Ons inziens het meest logische traject.

3. In tegenstelling tot de bestaande situatie trachten we de contouren van ons perceel waar mogelijk vrij te houden, er niet tegenaan te bouwen. We willen hiermee ‘de grens’ duidelijk definiëren, als doorlopende wand. Deze gaan we aan straatzijde vervolledigen, met de nieuwe woningen als ‘uitgedikte' muur. De omwalling op de perceelsgrens materialiseert de weerbarstigheid van het perceel en levert in z’n essentie een boeiend beeld : een besloten hof, een grillige kamer als geborgen decor/omsluiting van nieuwe invulling > intra muros.

4. Veilig en geborgen in de schoot van perceel en buurt, binnen deze ‘muren’, plaatsen we het kinderdagverblijf.

De optie van volledige nieuwbouw maakt dat we het opgelegde programma gaan uitdiepen en optimaliseren naar werking (organisatie, huishouding, verbruik ….) en beleving. Het gebouw dient een rationele en heldere planopbouw te hebben ifv ‘inherent’ overzicht en controle : beheersbaarheid.

Om de complexiteit van het programma te vatten onderscheiden we 2 programmablokken, evenwaardig van oppervlakte :

- Primair : de leefgroepen als basiselement. De kern van het programma, waar alles om draait. Deze  willen we  een groot stuk huiselijkheid meegeven.
- Secundair: (werking)ondersteunend programma.
Als basisprincipe worden deze programmablokken naast mekaar geplaatst, als een dubbele laag, parallel met de doorsteek links en de zijtuinstrook rechts. Het secundaire programma werkt als buffer voor het primaire. Er ontstaat een ‘overgaan’ van het publieke naar het geborgene naarmate het gebouw ‘uitdikt’. Deze gelaagdheid zullen we uitwerken en verfijnen tot een fundamentele garantie op veiligheid en rust voor de kinderen.  Deze gelaagde planopbouw levert geborgenheid

1. een luifel (uitkraging van de dakplaat), langsheen voorgevel in de doorsteek, organiseert het toekomen van bezoekers, personeel en leveranciers. Het biedt onderdak voor informele contacten tussen passanten
2. In de eerste bouwstrook, langsheen de doorsteek, komt het secundaire programma. We organiseren dit over 2 lagen, een deel wordt in de kelder geplaatst. Binnen deze zone worden alle functies die de werking van het verblijf ondersteunen en regelen naast mekaar geplaatst, alsook de polyvalente zaal.
3. een centrale ‘binnenstraat’ tussen de 2 programmablokken (secundair en primair) verbindt alle onderdelen. Deze maakt de overgang naar de leefgroepen, de polyvalente zaal en levert overlangs doorzicht.
4. De zes leefgroepen worden naast mekaar geplaatst en telkens per 2 gekoppeld.
5. de leefgroepen geven uit op de tuinstrook.

‘Fiat lux et facta est lux’

Door het kinderdagverblijf te organiseren op 1 laag en z’n footprint zo compact mogelijk te houden, omwille van energetische motieven (passiefbouw), verkrijgen we een ‘programmakoek' met donker middenzone. Door het dak, boven de verbreedde zones in de centrale binnenstraat, op te plooien wordt zonlicht opgevangen en verdeeld naar de aanpalende ruimten. Elke leefgroep heeft een glazen deur die uitgeeft op de verbreedde zone in de centrale binnenstraat. De toegangen staan hier per 2 gekoppeld met tussenplaatsing van een meubelwerk waar de kinderen door hun ouders worden omgekleed voor ze in de leefgroep worden opgenomen.
De leefgroepen willen we optimaliseren naar werking en overzicht. Tegelijk hechten we evenveel belang aan een boeiende ruimtewerking en een huiselijke sfeer. Via het zoeken en schuiven met de onderlinge posities van badruimte, grote en kleine rustruimten bekomen we een geschrankte leefzone. Een gevormde ‘tussen’ruimte waarbinnen het totaaloverzicht bewaard blijft. Het biedt een veel boeiender, levendiger en gediversifieerde alternatief voor de grote rechthoekige eendimensionale verblijfsruimte. Het opplooien van het dak in de middenplaats van de verblijfszone terwijl deze achteraan uitkijkt en komt op de doorlopende tuinstrook, vervolledigt het spel van licht en ruimte binnen de leefgroepen.
De opgeplooide ‘lichtvangers’ in de leefgroepen, de binnenstraat en de polyvalente zaal zijn zuid-west gericht. Aldus leveren ze zonnewinst in de winter. In de zomer worden ze automatisch verduisterd tegen oververhitting. Tegelijk spelen ze een rol in de doorstroom van lucht doorheen het gebouw ifv nachtkoeling tijdens de zomermaanden.
Het dak beschouwen we als een 2de maaiveld dat we inrichten, vormgeven en gebruiksklaar maken : ‘roofscape’. Een patchwork van begroeiing, een tuin of park als uitzicht van en geste naar de omgeving toe.

 

1101 Nieuwbouw passiefkinderopvang + passiefwoningen - Antwerpen

bartho_01

'SINT BARTHOLOMEUS'

Opdracht: Masterplan en ontwerp nieuwbouw RVT voor 180 bedden + dienstencentrum + service-flats
Bouwheer: Zorgbedrijf Antwerpen
Bouwplaats: Merksem
Status: wedstrijd - 2de plaats

Het OCMW Zorgbedrijf vraagt een nieuw Masterplan voor de Sint-Bartholomeus site en een architectuur plan voor de T-vormige gebouwvleugel. Het is belangrijk dat de herontwikkeling in één, ononderbroken fase gebeurt en dat de continuïteit van het verblijf van de bewoners doorheen de werken gegarandeerd blijft. Bij de keuze tussen vervangingsnieuwbouw of renovatie wordt het advies van de architecten gevraagd.

Ambitie : Het OCMW Zorgbedrijf wil af van het ‘instelling-idee’. Samenhang, wisselwerking en diversiteit staan centraal. Samenhang en wisselwerking tussen de  verschillende programmaonderdelen (de woonzorgvormen, het dienstencentrum, de thuiszorgdienst), maar ook tussen de bewoners van het zorgcentrum en de bewoners van de wijk. Het Zorgbedrijf wil geen afzonderlijk eilandje zijn binnen de wijk, maar streeft naar een wederzijdse wisselwerking. De herontwikkeling van de Sint-Bartholomeus site wordt gezien als een kans om een positieve bijdrage te leveren aan de wijk. Daarnaast wil het Zorgbedrijf de meerwaarde die het sociale en culturele leven in de wijk kan bieden voor het zorgcentrum optimaal benutten. Ook diversiteit is een prioriteit. Het Zorgbedrijf wil inspelen op de veranderende eisen van de huidige en toekomstige generatie ouderen. Zij staan open voor nieuwe, alternatieve woonzorgvormen, zoals zorgflats of kangoeroewonen. Zij vinden de  mogelijkheid tot contact tussen verschillende leeftijden en subculturen belangrijk. En zij streven naar woonzorg oplossingen op maat van de bewoners.

Een WZC op maat : Een hedendaags woonzorgcentrum is niet meer te vergelijken met het vroegere ‘bejaardentehuis’. In het traditionele institutioneel georganiseerde tehuis vindt het leven plaats volgens een strak schema: alle bewoners krijgen om 8 uur ontbijt opgediend, de bewoners krijgen op een vast moment een bad, warm eten gebeurt ’s middags en wordt bereid in een centrale keuken, dagactiviteiten worden door anderen bepaald en met iedereen erbij ‘ondergaan’. Maar aan welke eisen en verwachtingen voldoet een hedendaags woonzorgcentrum dan wel? En hoe kunnen wij hier als architecten een bijdrage aan leveren? Hoe kunnen we dit ook ruimtelijk gaan vormgeven?Aan de hand van een aantal centrale begrippen afkomstig uit het huidige maatschappelijk debat over ouderenzorg geven wij hieronder een kort overzicht van een aantal basisgedachten die essentieel waren bij de verdere ontwikkeling van het Masterplan en het architectuurplan voor de T-vleugel.

Genormaliseerd wonen : “Normaal waar mogelijk, bijzonder waar nodig.” : Het nieuwe woonzorgcentrum is opgebouwd zoals een stad of wijk. Met straten en pleinen en voordeuren. Je woont niet in een instelling maar in een thuis. 
Kleinschalig en genormaliseerd wonen probeert een aangepaste sociale context te bieden. Huiselijkheid is na te streven, maar ‘thuis’ kan men niet kopiëren. De bejaarde woont niet meer thuis, net omdat die omgeving niet meer aangepast is aan zijn noden en behoeften. Het woonzorgcentrum wil een gewone herkenbare huiselijkheid aanbieden, en deze voorzien van de nodige omkadering. Het bevorderen van de levenskwaliteit van de bewoners, een zorg op maat, en de ontplooiing van sociale relaties staan hierbij voorop. De autonomie van de bewoners wordt gestimuleerd waar mogelijk en geborgenheid en veiligheid wordt verzekerd waar nodig.
Ruimtelijk kunnen deze ambities het best vertaald worden in een kleinschalige opzet, op maat van de bewoners. Wonen in het nieuwe woonzorgcentrum is als wonen in een gewoon huis in de rij, met een voor- en achterdeur en een brievenbus voor de post. De eigen ruimte kan door de bewoners zelf naar eigen smaak worden ingericht. Zij bepalen zelf hun dag ritme. Zij stellen zelf een eigen menu samen of bereiden samen met de andere bewoners het eten.
Ook de stedenbouwkundige inpassing van het nieuwe woonzorgcentrum in de wijk kan bijdragen tot de ambitie om genormaliseerd te wonen. De huidige locatie op de Sint-Bartholomeus site, centraal in de wijk, is een belangrijke troef, die nog verder uitgespeeld kan worden. Dit wordt mogelijk door de bewoners actief aan te moedigen gebruik te maken van de voorzieningen in de wijk, bijvoorbeeld de buurtwinkel, de kapper, de kerk of deel te nemen aan activiteiten in de wijk (wekelijkse markt, voetbal, muzikale optredens, etc.). Door zelf ook voorzieningen aan te bieden die interessant zijn voor de wijk, vb. een centraal gelegen pleintje met banken, een park, een dienstencentrum, ontstaat er een wederzijdse wisselwerking.
Met andere woorden, de ambitie om een wonen aan te bieden dat zo dicht mogelijk een ‘normale’ woonsituatie benadert, vertaalt zich in een woonzorgcentrum dat zich zowel ruimtelijk als sociaal inbedt in de wijk.

Intergenerationeel en intercultureel wonen : Contact tussen verschillende generaties en tussen verschillende (sub)culturen zorgt niet alleen voor sociale binding, maar draag ook bij aan de kwaliteit van het dagelijkse leven en het welzijn van de buurt. De ontmoeting tussen jongeren en ouderen is een meerwaarde. Daarnaast is ook het interculturele aspect belangrijk.
Ouderen vormen geen homogene groep, net als andere generaties bestaat deze groep uit verschillende (sub)culturen. Verschillen op basis van nationaliteit, religie, maar ook op gebied van opleiding, hobby’s en interessesferen, etc. dwingen ons om opnieuw na te denken over de omgang met deze heterogeniteit, en hoe het samenleven van die groepen kan vorm gegeven worden.
Ruimtelijk betekent dit dat het campus- of instellingsmodel, waarbij ouderen afgezonderd worden van de rest van de maatschappij, een achterhaald model is. Door het nieuwe woonzorgcentrum ruimtelijk en sociaal in te bedden in de wijk, en ruimtes te ontwerpen waar ontmoetingen tussen verschillende generaties en culturen kunnen plaatsvinden, wordt het intergenerationele en interculturele contact makkelijker en meervanzelfsprekend.
Concreet stellen wij in het Masterplan dan ook voor om bijvoorbeeld een crèche in te passen in de tuin van het woonzorgcentrum, of in het vroegere dienstencentrum ‘De Zeelbaan’. De ruimte is er. En op die manier kan niet alleen een antwoord worden geboden op het huidige tekort aan kinderopvang, maar biedt het ook een meerwaarde voor de bewoners van het woonzorgcentrum. De bewoners kunnen de kleintjes in de tuin zien spelen. In het weekend kunnen de kleinkinderen die op bezoek zijn in de speeltuin van de crèche terecht.

Ook bij de inrichting van de leefruimtes van het nieuwe woonzorgcentrum wordt rekening gehouden met het interculturele aspect. Vaak treft men in de huidige bejaardentehuizen of zorginstellingen één van de volgende twee uitersten aan.
Ofwel worden alle activiteiten voor de hele groep georganiseerd in één grote zaal of refter, ofwel gaat het om een volledig verkaveld en gesegregeerd model, waarbij alle activititeiten verspreid worden over kleinschalige leefruimtes. Het eerste volledig collectieve model heeft als grote nadeel dat er amper kan in gespeeld worden op de heterogeniteit van de bewoners. Bijvoorbeeld, ongeacht het feit of iedereen daar zin in heeft wordt er elke woensdagmiddag bingo gespeeld. Het tweede, verkavelde model beperkt dan weer de uitwisseling tussen bewoners van verschillende leefgroepen. Als alternatief voor deze twee uitersten stellen wij een gemengd model voor: een collectieve, maar flexibel in te delen (en te compartimenteren) leefruimte, waar contact tussen de bewoners van verschillende leefgroepen aangemoedigd en gestimuleerd, maar niet opgedrongen wordt.

Een levensloop bestendige wijk : Een van de belangrijkste uitdagingen van het woonzorgcentrum is om mogelijk te maken dat ouderen, indien gewenst, zolang mogelijk in hun wijk kunnen blijven wonen. Het woonzorg centrum wil het zelfstandig thuis wonen van de bejaarden ondersteunen door een mix van verschillende diensten aan te bieden.
Dit om vat een dienstencentrum, waar actieve senioren, 65+, terechtkunnen met een probleem, gebruikmaken van faciliteiten zoals een badkamer of wasmachine, of simpelweg komen kaarten of biljarten met vrienden, een koffie drinken, op het internet surfen, een optreden bijwonen,... Om het contact met oudere bewoners uit de wijk aan te moedigen, verder in het Masterplan bewust voor gekozen om het diensten centrum onder te brengen in het ‘Oud Godshuis’. De sterke uitstraling van het historische ziekenhuis en centrale ligging op het nieuw aan te leggen Sint-Bartholomeusplein, zorgen ervoor dat het dienstencentrum een zichtbare en goed toegankelijke plaats krijgt binnen de wijk.
Daarnaast biedt het woonzorg centrum ook een dagverzorgingscentrum aan waar overdag een vijftiental bejaarden kunnen verblijven. Ze krijgen er verzorging, eten en ontspanning aangeboden. ‘sAvonds en in het weekend wonen ze thuis. Dit dagcentrum, wordt ruimtelijk volledig geïntegreerd in het woonzorgcomplex op de Sint-Bartholomeus site, zodat het optimaal kan gebruik maken van de aanwezige voorzieningeninfrastructuur (met verpleegstersposten, keuken, technieken, etc.).
Tot slot behoren ook zorgflats tot het aanbod van het woonzorgcentrum, net als enkele kamers voorkort verblijf en residentiële opvang. Ook deze worden op een logische manier geïntegreerd in het Masterplan.
Al deze aangepaste woonvormen dragen bij tot een aanpak op maat van de bewoner, aangepast aan zijn of haarmogelijkheden, levensfase en behoeften.
Gedurende heel hunlevensloop, worden bewoners van het woonzorgcentrum gezien als bewoners van de wijk en niet als patiënten van een tehuis.

1005 Nieuwbouw rust en verzorgingstehuis + dienstencentrum – Merksem

dieghem_05

'DIEGHEMHOF'

Opdracht: Renovatie en uitbreiding 'Dieghemhof' ifv levenslang begeleid wonen andersvaliden
Bouwheer : VZW ANAUTICA
Bouwplaats: Schilde
Totale Oppervlakte : 1170 m2 (woning) + 160 m2 (therapiepaviljoen)
Status: opgeleverd 2008

VZW Anautica is een groep van 12 gezinnen met mentaal gehandicapte kinderen. Uit onvrede met de enorme wachtlijst betreffende de plaatsing in de erkende centra hebben ze besloten om zelf voor hun kinderen een “zorgwoning” te bouwen. De krachten gebundeld trachten zij dit project te financieren via een actieve fundraising.

In het levenslang begeleid wonen van andersvaliden is er de tendens te groeien naar een meer gediversifieerd en kleinschaliger wonen als tegen antwoord op het “kazerneren” en isoleren van deze mensen in overgrote instellingen of internaten. De nauwe betrokkenheid, contact van de bewoners met de dagdagelijkse wereld werkt therapeutisch in beide richtingen. Deze “woningen” met een beperkte maximumbezetting worden “gerund” als satellietwoningen van een overkoepelende organisatie, in dit geval “Monnikenheide”.

- Setting : Het “Dieghemhof” vormt samen met het “Puttenhof” ( “Open Poortje” = centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning) een groene, historische cluster aan de rand van de huidige dorpskern van Schilde. Het geheel is een beschermd dorpsgezicht en ingekleurd als parkzone en staat alzo onder zeer strenge “controle” van stedenbouw / monumenten en landschappen / bos en groen. Het oorspronkelijke ensemble, een voormalig ‘lusthof’ met bijhorend stallingen uit de 17e eeuw, had al vele functies, bewoners en verbouwingen meegemaakt. 
- Programma : renovatie en uitbreiding van het “Dieghemhof” ifv levenslang begeleid wonen voor 12 andersvaliden met bijhorend therapiepaviljoen.

Belangrijk, ifv vergunbaarheid, was dat hier wordt voort gewerkt op een reeds bestaande entiteit, ensemble, dat er geen nieuwe site binnen deze parkzone diende aangemaakt te worden. Via een ‘artikel 20 procedure’ ontstond de mogelijkheid om dit kader alsnog een ‘nieuwe’ invulling’ te geven. De gebouwen van het “Dieghemhof” met omliggend “park” worden door deze actieve bestemming gevrijwaard van verder verval. Het geheel wordt benaderd als een site waarbij de oorspronkelijke ‘hof’ beeldbepalend blijft binnen een historisch gegroeid ensemble van hoofdgebouw met oude (stallingen)-en nieuwe bijgebouwen (actuele uitbreiding).

Het bestaande “hof” had tijdens talrijke voorgaande invullingen en dito verbouwingen veel van z’ n oorspronkelijk classicistisch architecturale allure verloren ( lichte gevel wordt gevel in baksteen, dakhelling werd opgetrokken, dakleien werden pannen…) . Het is de bedoeling deze uiterlijke kenmerken en de hiermee samengaande allure waar mogelijk te herstellen. Ook intern wordt de oorspronkelijke (kamer)structuur versterkt. Met een minimum aan ingrepen kunnen hier de dag – leef”vertrekken” komen (grote eetkamer / leefkeuken / TV en zitruimte ..). De versnipperde en verlaagde dakverdieping wordt volledig vrijgemaakt en omgevormd tot een grote, lichte speelzolder.

Naast het bestaande “hof” wordt een compacte “slaapvleugel” gebouwd : 2 bouwlagen met per laag telkens 6 studio’s en 1 badkamer. Deze nieuwbouw voldoet aan alle hedendaagse normen qua toegankelijkheid, brandvoorschriften, comfort en gebruik. Het geheel (oud en nieuw) worden ruimtelijk gekoppeld dmv een passage opgevat als een brede galerij waarin het hoogteverschil tussen alle vloerpassen wordt opgevangen. Naast passage is deze galerij ook verpoosplek met een cosy corner op elk verdiep. Een lift, die alle niveau’s bedient, wordt geplaatst op de “scharnier” van oud en nieuw.

Langs de achtergevel van het “hof” komt een sokkel, verhoogd terras (gelijk met de binnenpas van het hof) die oud en nieuw verbindt. Alzo wordt een makkelijk te controleren buiten-gebruiksruimte “afgebakend” voor de bewoners. Onder dit terras, in de sokkel, komen de noodzakelijke extra bergingen en technische ruimten waardoor deze op een geïntegreerde mannier worden voorzien. Via 3 hellende vlakken worden woning, sokkel, kelder en tuin verbonden.

De architecturale “uittekening” van de toevoegingen is neutraal en tijdloos gehouden. Eerder dan een “retrostijl” te hanteren is getracht de “ziel” van het bestaande hof te vatten. Zo worden de puur Classicistische verhoudingen en belijning geanalyseerd en gebruikt in de uittekening van de nieuwe vleugel, raamposities, ritmering, glasgevelverdeling galerij... De slaapvleugel terrassokkel, liftschacht worden gemetseld in een grijze betonsteen met groot, lang formaat (39 x 9 x 9 cm) in een 2/3 verband met dieperliggende voeg. De langsgevels komen in een gladde betonsteen, de gesloten kopgevels in dezelfde steen maar met gebroken oppervlaktestructuur.

De gevels van de bestaande woning worden hersteld en in een licht grijze tint geschilderd. Het logge pannendak wordt vervangen door een fijner te detailleren leidekking. De PVC ramen worden rankere aluminium kaders. Thv de achtergevel worden de raamopeningen verder uitgebroken tot op vloerpas waardoor de ruimten hier direct ‘uitgeven’ op het terras.

Naast het respect voor het historische karakter van de site wilden we bovenal een echte thuis maken voor de bewoners, een gemoedelijk nest waarin zij in een verder leven met mekaar en hun omgeving kunnen opbouwen. Schrille en opvallende prikkels (kleurtonen) zijn uit den boze voor de bewoners, voor hen is het zeer belangrijk te kunnen bewegen in een serene leefomgeving.

Bij de “zorgwoning” wordt een losstaand therapielokaal voorzien. Deze ruimte wordt gebruikt voor de noodzakelijke sport - spel en ontspanningsactiviteiten van de bewoners maar vervult eveneens de bredere taak als “sociale interactor”. De bedoeling is dat hier ook lokale, buurtgebonden activiteiten, samen met de bewoners worden georganiseerd. De Therapieruimte is opgevat als een paviljoen / parkfolie, opgetrokken in een lichte, gemonteerde houten structuur met fijne transparante belijning en eenzelfde ritmering als de galerij van de slaapvleugel.

Alle zichten vanuit de 2 toegangwegen blijven gefocust op het oorspronkelijke “hof” dat zo beeldbepalend blijft binnen dit ensemble.

0306 Renovatie en uitbreiding 'Dieghemhof' ifv levenslang begeleid wonen andersvaliden – Schilde

Meer Zorg

Utiliteit

inagro_01

‘INAGRO’

Opdracht :   Laag-energie kantoorgebouw INAGRO, afdeling R&D
Bouwheer :   Provincie West-Vlaanderen
Bouwplaats :   Rumbeke
Budget:   2.000.000 euro  excl. BTW /erelonen
Totale Oppervlakte : 1600  m2


De campus van INAGRO is een conglomeraat van gebouwen gegroepeerd in diverse clusters. Deze clusters zijn stelselmatig naar mekaar gegroeid. Het louter pragmatisch inrichten heeft de tussenliggende buitenruimte volledig verknipt en gemarginaliseerd. Dit is louter infrastructuur zonder ruimtelijke (wissel)werking. De site mist overzicht en spatiale daadkracht, ze is ‘stedenbouwkundig’ inert.

De geplande afbraak van verouderde bouwsels vergroot en verduidelijkt een open plek op deze site. Het ontpitten vormt een lobbig erf dat wordt begrensd en gekaderd door de langsgevels van de resterende gebouwen. Deze centrale leegte biedt overzicht en perspectief. Ze versterkt de positie van elk gebouw errond alsook  de onderlinge relatie tussen de verschillende gebouwen: ‘common ground’. Eenvoudige landschappelijke ingrepen kunnen de werking van dit middenveld nog versterken, acties die de campus kunnen structureren met eigen middelen.

We vinden dat de nieuwbouw een duidelijk, eigen standpunt moet innemen op de campus. Dat een focus aan z’n rand de structurerende werking van het ontpitte middenerf zal versterken.

We introduceren een fremdkörper of corpus alienum, een vreemd lichaam als katalysator, herkenningspunt. Een bescheiden landmark tussen de generieke bouwsels op deze site. Een krachtig, gebald object met een bevreemdende aantrekkingskracht.

We nemen de cirkel / cilinder als basis. Het is de absoluut vrije en meest compacte vorm, solitair en rondom rond evenwaardig. We willen echter geen slaaf worden van deze ‘ideale’ figuur. Ze wordt bewust vervormt ifv planorganisatie en aspect, gemouleerd tot een organische oervorm, een amoebe.

Alle bovengrondse bouwlagen krijgen eenzelfde royale ‘pakhuishoogte’. Het stapelen van het programma levert zowel de beoogde compactheid als het gewenste toreneffect op. De organische contour, de interne openheid in plan en de doorlopende gevel die als een mantel alle activiteit omhult genereren een vloeiende, intimistische ruimtelijkheid.

We willen de gebalde volumetrie versterken door deze robuust te maken. De oervorm die soms slank dan weer plomp tevoorschijn komt als een stompe toren. Het onregelmatig afbuigen van de gevel, een continue vervorming. De posities van de openingen tekenen zich speels af op het volume. De in hoofdzaak vierkante openingen bevestigen het best de massiviteit van dit gestalt, als een donjon. Dit gebouw is z’n structuur, z’n structuur is architectuur. De gevel is een dikke, dragende minerale schors uit gewapend beton en een genuanceerd groene gevelsteen. Het geeft dit gebouw een weerbarstige patine.

Een mogelijke uitbreiding in de toekomst zien wij in de hoogte. Het versterkt alleen maar het opzet van ons voorstel. Het gebouw schiet op en markeert hiermee z’n positie op de campus. Het levert een duidelijk beeld vanop straat en het middenerf. Het verschijnt als een baken tussen de verderop gelegen loodsen, hallen en serres : wisselwerking en interactie.

1305 Nieuwbouw laag-energie kantoorgebouw INAGRO - Oproep Winvorm 0207 - Rumbeke

groenenborger_01

GROENBORGERLAAN


Opdracht :  nieuwbouw stelplaats en kantoren voor de stedelijke groendienst met ondergrondse parking
Bouwheer :  Stad Antwerpen
Bouwplaats :   Antwerpen
Budget:   6.459.655 euro  excl. BTW /erelonen
Totale Oppervlakte :  5998  m2
Status : wedstrijd
E-peil : 0 – energie / energieneutraal

TUSSEN DE REUZEN

De universiteitscampus “Groenenborger”, het Middelheimziekenhuis en de 2 woonslabs op het plateau aan het Rucaplein begrenzen een stuk niemandsland vol struikgewas. Ze bepalen de schaal van de omgeving en kaderen een plek bestemt als gelegenheidscampus, een cluster van 3 gebouwen zonder enige inhoudelijke overeenkomst. De eerste 2 volgen de maat en opstelling van de gebouwen in de omgeving : compacte footprints in een doorwaadbaar park op het maaiveld.
We willen de nieuwe stelplaats bewust uitbeelden en z’n activiteit eenduidig belichamen, niet via een ensemble van diverse gebouwen maar in een gebald object.

ORGANISATIE & VORM

Volledig ondergronds komt de parking. Op begane grond plannen we het werkerf, het magazijn op de 1ste  en de kantoren op de 2de verdieping.
De oppervlaktes van de 3 bovengrondse functieblokken zijn quasi hetzelfde. We organiseren ze telkens per niveau in een zo compact mogelijk ruimtelijk scenario. De 2 bovenste lagen overkappen een deel van het werkerf zoals een centraal ingeplante paraplu. Hieronder wordt al het rollend materiaal cirkelvormig opgesteld.  Het optimaliseert en maximaliseert het gebruik van een doorlopende werkerf.

De functionele flowchart wordt vertaald in een compacte achthoekige bovenbouw uitkragend en steunend op 4 betonnen pijlers. Door het volledige werkerf op te tillen boven het maaiveld voorzien we de parking van een natuurlijke doorluchting en stellen we duidelijke grenzen aan de 4 zijden van het werkerf. Het gebouw staat op een plateau en lijkt te zweven, te drijven over maaiveld : ‘Ile Flottante’.

BEELD & GESTALT

Dit gebouw is z’n structuur. Z’n structuur is architectuur, zoals bij een brug of watertoren. De 4 betonnen pijlers met de 3 vloerplaten vormen, een bouwkundig, infrastructureel kunstwerk. En waarom ook geen kunstwerk in de andere betekenis? Een solitiar, iconisch object, sculptuur, ‘uitloper’ van het beeldenpark ‘Middelheim’.

De octagonale bovenbouw is een kloeke basisvorm met evenwaardige gevelfacetten. De positionering van de raamopeningen lijkt willekeurig, ze tekenen zich speels op de gevelfacetten. Ze kaderen weloverwogen zichten en geven controle over de activiteiten op het erf en de omgeving.

Voor de gevel plaatsen we een uitvergrote ‘treillage’. Deze eeuwenoude architecturale interventietechniek in het begeleiden van planten schenkt het gebouw een extra dimensie. Het doorlopend traliewerk van vertikale en schuine latten benadrukt de basisvorm en geeft schaal, gelaagdheid en dynamiek (torsie) aan de gevel.


 

1301 Nieuwbouw nul-energie stelplaats - Groenenborgerlaan - Wilrijk

lommel_05

Opdracht: Nieuwbouw dierenasiel
Bouwheer: Gemeente Lommel
Bouwplaats: Lommel
Status: Open Oproep 1515 - wedstrijd

0806 Nieuwbouw dierenasiel - Open Oproep 1515 – Lommel

KMDA II_07

'KMDA bis'

Opdracht : nieuwbouw dierenasiel.
Bouwheer : VZW KMDA
Bouwplaats : Kontich
Totale Oppervlakte : 2911 m2
Status : voorontwerp

Afgeboord door de immense berm van de E19 enerzijds en een aaneengesloten serrekastlandschap van 4.5 ha anderzijds, de mast van een hoogspanningstraject markeert de plek. Een asfalt baantje meandert langsheen en rijgt een reeks hoeve erven aan elkaar.

Verborgen van deze weg, achter bosjes schaamgroen, staat het totaal afgeleefde ‘hoofdgebouw’ met bungalowwoning. Hier rond een resem  bijgebouwen her en der neergepoot. Zones werden afgebakend, omheind of verhard naargelang de nood en functie zich voordeden.

Een nieuw hoofdgebouw dient in zich alle functies en nevenfuncties te bevatten en te ordenen. Het is aanleiding tot herbekijken, structureren en ordenen van de volledige site. ‘Schoon schip’ of  beter ‘schoon erf’ maken is hier de boodschap.

De basisopstelling en onderlinge schakeling van hondenhokken is een beproefd model dat door ons werd ontwikkeld voor het asiel in de Antwerpse haven : de orthogonale open opstelling met doorloop en erker.

Deze principes trachten we toe te passen binnen een model op iets grotere schaal : nl. 80 hondenhokken. Uit configuratie en onderzoek van diverse opstellingen wordt de ‘kamstructuur’ weerhouden en geperfectioneerd. Er wordt een voorbouw voorzien over 2 lagen met hierin alle overige programmapunten. Deze voorbouw is het ‘aangezicht’,  de gevel naar de straat.

Via overlangse verbindingen, het clusteren van hokken en aanpalende loopweiden in deelcompartimenten en het voorzien van laterale  en dwarse doorzichten  wordt de beheer(s)baarheid van het complex en omliggend terrein geoptimaliseerd. Er wordt getracht alle geproduceerde hinder (hoofdzakelijk geluid) binnen het gebouw te bufferen: ‘het inkapselprincipe’.

Het geheel wordt maximaal richting E19 berm geschoven. De exacte positie wordt mee bepaald door de opgelegde fasering der werken -> overgang ingebruikname nieuw en oud.

Door z’n ‘bevallige’ positie geeft en heeft het gebouw rondom afdoende ademruimte, wordt een specifieke schaalverhouding met de directe omgeving bekomen. Er ontstaat een ‘aanzienlijke’, voorgebied, een perceelsoverschrijdend erf ‘ingekamerd’ door 3 gevelwanden : de doorlopende serrewand – de bestaande woning op sokkel - de voorgevel van het nieuwe gebouw.

Omwille van z’n inplanting en de opkuis van het tussengebied orkestreert dit gebouw een ‘grotere’ configuratie. Een nieuwe landschapsscène waarin eveneens de hoogspanningsmast en het meanderende asfaltbaantje hun aandeel acteren.

 

0703 Nieuwbouw dierenasiel - Kontich

hoge-rielen_01

'HOGE RIELEN'

Opdracht : gefaseerde restauratie van 4legerloodsen
Bouwheer : Vlaamse Gemeenschap Fonds voor culturele infrastructuur
Bouwplaats : ‘De Hoge Rielen’, Kasterlee
Status : opgeleverd 2009

Dit project is onderdeel van het Masterplan / concept voor de toekomstige totaalontwikkeling van het domein ‘de hoge Rielen’ opgesteld door Secchi & Vigano. Uitgangspunt is de impact van de oorspronkelijke militaire architectuur als totaliteit op het domein, waarmee deze is vergroeid.

De loodsen, hun ‘verschijning en het aantal, worden binnen dit opzet als onvoorwaardelijk ‘ongenaakbaar’ gesteld. Deze depots, ingeplant op uitgekiende onderlinge ‘bufferafstanden’, ontworpen en geassambleerd door de Genietroepen, kennen een onweerlegbare rationele en structureel uitgepuurde opbouw met basic detaillering, geheel in functie van hun oorspronkelijke doel.

Ons aandeel betreft het zo getrouw mogelijk restaureren en bouwtechnisch revalideren van de bestaande loodsen opdat deze als ‘gezonde’ shelters ter beschikking staan voor toekomstig gebruik.

Door middel van constructietekeningen op schaal ½ wordt de nuchtere en functionele elegantie van deze ‘kunstwerken’ in al hun details verduidelijkt.
 

 

 

 

0608 Renovatie oude legerloodsen 'De hoge rielen' – Kasterlee

Meer Utiliteit

Woonensembles

halewijn_08

‘REIGERSBOS’

Opdracht:  51 appartementen + ondergrondse parking
Bouwheer :  bouwteam B&R bouwgroep NV
Bouwplaats :   Linkeroever Antwerpen
Status :   in bouwaanvraag

 

Voor deze site langsheen de Halewijnlaan en grenzend aan het ‘Reigersbos’ geldt een eenvoudig stedenbouwkundige enveloppe. De maximale resultante is een groot en log geëxtrudeerd volume parallel met de Halewijnlaan. Een opstelling die het contact tussen de straat en het achtergelegen bos volledig verbreekt  en een slechts zeer eenzijdig gerichte opstelling van appartementen mogelijk maakt : de voorgevel aan de straat, de achtergevel gericht op het bos.
We stellen voor om dit plompe volume op te breken in 2 kleinere entiteiten. Een kubus en een balk worden onderlinge geschrankt. Deze L-opstelling genereert een boeiende sequentie van plekken, afgetekende buitenruimtes voor, achter, tussen en langs deze volumes : voorplein, binnenstraat, binnenplaats …. Het contact tussen de Halewijnlaan en het Reigersbos wordt gekaderd door de strategische opstelling van de 2 volumes. De site wordt gericht doorwaadbaar gemaakt. Ze vormt een graduele overgang tussen bos en straat. Een aanzienlijk hoger aantal appartementen wordt nu mogelijk, een veelvoud aan types met meerdere orientaties en zichtlijnen. Ons voorstel krijgt de goedkeuring van de stadsdiensten, het zal in de toekomst gelden als stedenbouwkundig principe voor alle aanpalende percelen…

Alle gevels worden evenwaardig uitgetekend. Standaardisatie is de norm. Weloverwogen variaties in de repetitie van de 3 raamtypes en de stalen balkons, het toepassen van verschillende metselverbanden en de kleurkeuzes der materialen geven subtiel spel. Alle raamopeningen en verdiepingslagen worden gekaderd tussen horizontale banden van vertikaal geschorst gevelmetselwerk. De tegenovermekaar liggende gevels van de  bouwblokken komen telkens in wit gevelmetselwerk. Het accentueert de ruimte, het spanningveld tussen de 2 volumes.

 


 

1302 Nieuwbouw bouwblok - Antwerpen Linkeroever

cadix_12

'INDIA-NATIE'

Opdracht: passief bouwblok
Bouwheer: Urban Estates Cadix NV     (Top Locations + Kumpen)
Team: Poponcini & Lootens architects, Raum architecten, Cuypers & Q architecten en Puls architecten
Bouwplaats: Cadixwijk - Eilandje Antwerpen
Status: Wedstrijd - laureaat - in aanbesteding

Het Mumbai gebouw ligt langs de binnenvaartstraat en maakt deel uit van de west-kade van het kempisch dok, voormalig havengebied. Het gebouw zelf is onderdeel van een bouwblok dat op zijn beurt valt binnen de nieuwe stedelijke ontwikkeling van de Cadix wijk .

Het Mumbai gebouw is opgevat als een robuuste casco-structuur met flexibele invulling.  Een gebouw met metropolitane allure, die de vele en wijzigende condities opvangt. Een gebouw met een pragmatisch gevel die een hybride programma, fluctuerend in tijd, kan blijven vatten binnen een tijdloze presence… Gevat in z’n context.  Onopvallend aanwezig maar niet anoniem.  Trefzeker ingevoegd in z’n omgeving.

De tonen, tinten, systemen en structuren van de omgeving worden gevat en geabsorbeerd, verwerkt en geïnterpreteerd om het invoegen te bevorderen. Een genetische combinatie die maakt dat het gebouw zich perfect inpast en tegelijk uiterst weerbaar opstelt tussen de bruusk verspringende schaalniveau’s en impressies van z’n omgeving.

De plint van het gebouw, een geprononceerde boogarcade, maakt visueel het onderscheid tussen de commerciële ruimtes en de bovenliggende appartmenten.
Het middenlijf boven de arcade bevat telkens drie woonentiteiten De karakteristieke vertikale ritmering van de gevelpenanten geven de woonentiteiten een sterke ruimtelijke kwaliteit. Tegelijkertijd geeft het gebruik van typische pakhuis en ‘kaai’-ornamentiek het gebouw een herkenbaar en representatief voorkomen.
 

1203 Nieuwbouw passief bouwblok Cadixwijk - POLO, Cuypers & Q, RAUM en PULS architecten - Antwerpen

wulpen_27

‘WULPEN'

Opdracht : sociaal woonproject
Bouwheer : OCMW Koksijde / bouwmaatschappij Yzer & Zee
Bouwplaats : Wulpen (Koksijde)
Status : voorontwerp
Vermelding: Open oproep  wedstrijd – laureaat uitvoering

Het langgerekt, driehoekige dorpsplein, voor kerk en pastorie, verbreedt de weg die slingert door landschap en dorp. Het is een verhard plateau, bühne tot de open wijds-en weidsheid, het bevestigt dit ‘dorpsgezicht’ vanuit de Polders. Hier gaat dorp over in landschap, ontspringt het dorp uit z’n omgeving, wordt het ‘dorpslandschap’ gevormd. We beschouwen dit als de ‘grote landschappelijkheid’ van de plek. De specifieke terreingesteldheid, de vorm, de kleine niveauverschillen, het plooien naar de gracht met riet, de ontsluiting … bestempelen we als de ‘kleine landschappelijkheid’ van deze site.

Zowel grote als kleine ‘landschappelijkheid’ zijn top kwaliteiten die we absoluut willen bewaren en uitspelen binnen de context van dorp en bewoner, gemeenschap en individu, publiek en privaat, open en gesloten. We beseffen dat dit niet evident is. Het stellen van grenzen wordt hier een evenwichtsoefening in het koesteren van de vooropgestelde ‘landschappelijkheid’.

LANDSCHAPPELIJKER & SOCIALER WONEN

Deze plek is uniek omwille van de ligging als bouwgrond en hierdoor uiterst waardevol, Wij verwachten dat de toekomstige bewoners zich hier bewust van moeten zijn… het volle besef dat iets zeldzaam wordt verkregen en dat deels gemeengoed moet blijven, dat niet onvoorwaardelijk mag en kan worden geprivatiseerd…. Wij gunnen elke nieuwe bewoner dit fantastische uitzicht op het hinterland maar tegelijk moeten doorzichten, het verweven van landschap en dorp in takt blijven.
Deze gedachte past volledig binnen de actuele oproep tot meer collectiviteit ten gevolge van ‘bouwgrondschaarste’, Ruimte delen en functies bundelen opdat duurzame systemen ontstaan voor het gebruik van land, productie en huisvesting. Anders en kwalitatief(ver) wonen vraagt een mentaliteitswijziging, het in vraag stellen van de ‘gebruikelijke’ typen, minder individuele (individualistische) en meer gemeenschappelijke woonvormen

OCTAGON DUBBELHUIS.

Een cilinder bepaalt geen richting, heeft geen zijden die een voor-of achterkant insinueren, het is de absoluut vrije en meest compacte vorm, solitair en rondom rond evenwaardig. Binnen onze vooropstellingen beschouwen we het strategisch inplanten van cilindervormige volumes als de meest ‘ideale’ bezetting van de site. Het aantal volumes, hun grootte en de onderlinge positie worden verder onderzocht.

Uit ons modelonderzoek blijkt ook dat het samennemen van 2 units als koppel-of dubbelwoning een basisvolume en woontypologie oplevert waarbij elke woning van evenwaardig kwaliteit is binnen een onderlinge positionering die de landschappelijke doorvloei garandeert. Een inplanting de  een evenwicht vormt tussen fragmenteren en segregeren.

De vorm die het meest aansluit bij de cirkel is de veelhoek. ‘The octagon house’ is een typologie die korte tijd zeer populair was midden 19de Eeuw. Deze vrijstaande huizen worden gekenmerkt door een achthoekig plan, meestal met een plat of licht hellend dak en rondom rond een veranda. Ze waren goedkoper om te bouwen, efficiënter en ruimtelijker te organiseren (meer leefruimte) met een uitstekende natuurlijke belichting. Omwille van hun compacte vorm en volumetrie zijn ze makkelijker te verwarmen in de winter en blijven ze langer koel in de zomer. De cirkel werd ook al aanzien als de meest efficiënte vorm, maar ook toen stuitte men op praktische problemen : moeilijker te bouwen en dus duurder, bemeubelbaarheid, etc.... Een belangrijk aspect aan het octagon huis is het ‘bay window’ effect (een essentieel onderdeel in de Victorian houses) waardoor de volledige leefruimte van het octagon huis werkt als zichterker / als viewmaster op de omgeving.

7 geblokte volumes, met in totaal 14 woningen, worden elk strategische en onder een specifieke hoek ingeplant waarbij de zichtlijnen vanuit elke woning open blijven en het landschap er vrij kan doorvloeien. Dit aantal beschouwen we als een maximum waarbij de kwaliteit en landschappelijkheid van de site optimaal blijven.

1202 Nieuwbouw sociale woningen - Open Oproep 2305 - Wulpen

lembeke_24

'TUSSEN KERK EN LOTUS'

Opdracht : dorpskernverniewing en inbreiding met 13 koopwoningen en- 6 appartementen 
Bouwheer : Wyckaert NV
Bouwplaats : Lembeke
terrein oppervlakte : 4673 m2
status : in werf
vermelding: wedstrijd VLABO procedure – laureaat uitvoering

De site, gelegen in de schoot van het dorp, ademt rust en doet mijmeren over weleer.  De oude school met haar opstelling van de diverse gebouwen, luifels, ommuring en koer, ‘betekent’ de plek met een duidelijke typologie, een verhaal op schaal en sfeer van het dorp. Het geeft een ‘authentieke coherentie’. De nieuwe invulling kan de natuurlijk gegroeide chaos, het informele karakter van het binnengebied helpen ordenen, structureren. Ze dient deze zeker een plaats geven, maar met zachte hand, zonder te forceren of overheersen.

2 frappante beelden markeren het ‘zicht’ aan de horizon vanuit de site : in het westen de spitse klokkentoren op het dorpsplein, in het oosten het logo dat als  ‘billboard’ prijkt op de hoogste uitbouw van de fabriek. Beide iconen karakteriseren hier dorpshistoriek  en - landschap : ‘tussen Kerk en Lotus’.

Woontypes/vormen.
In het volume langsheen de Kerkstraat, komen appartementen. Op het binnengebied worden 2 stroken tegenover mekaar gezet met naast elkaar geplaatste individuele rijwoningen met tuintjes. Het rijhuis meet 5m90 op 13m00 en heeft een uiterst eenvoudige, rationele en economische structuur. Het plan op begane grond en verdiep is in basis hetzelfde nl. 3 achter mekaar geplaatste identieke ruimten die een grote planflexibiliteit garanderen. Zo wordt het gebruik en ‘indeling’ van een aantal ruimten vrij of open gehouden, bewust over gelaten aan de koper/bewoner en diens keuze en evolutie van gezinsleven.
We voeren het rijhuis met puntgevel via een proces van consequente reductie in plan, vorm en detaillering terug tot het meest essentiële van wat ‘huis’ voorstelt. Door repetitieve combinatie hiervan wordt het ‘gewone’ weer complex, een intrigerende figuur, structuur.

Inplanting
We plaatsen 3 volumes op de site. 2 volumes op het binnengebied die het ‘pad’ of doorsteek over het terrein zullen begeleiden / markeren.

Een derde volume wordt geplaatst langsheen de Kerkstraat en ‘vervolledigt’ hier de straatwand. Het wordt terugliggend geplaatst tov het
voetpad waarbij de door-gang tot het binnengebied wordt aangekondigd en meer wordt dan het ‘gat’ in de straatwand (actuele toestand).

De 3 volumes worden onderling geplaatst volgens een orthogonaal assenstelsel. Het is een methode om greep te krijgen op de geaccidenteerde vorm van het terrein. We stellen deze nieuwe orde om te komen tot (stedenbouwkundige) coherentie.

De exacte positie van de volumes op het terrein wordt bepaald door hun afstand tot de perceelsgrenzen en de onderlinge afstand (privacy / bezonning / grootte van tuinen / densiteit ….). De stroken geschakelde huisjes op het binnengebied ondergaan 2 bewerkingen die de gestrengheid in opstelling en beleving zullen doorbreken en animeren.
Het toepassen van eenvoudige scenografie ingrepen (methodes uit de Renaissance) levert een rijk spectrum aan interacties. De volumes staan niet meer ‘neutraal’ over mekaar maar werken in verband, accorderen onderling en dat maakt boeiende tussenruimten. Het geheel wordt sterker, dieper, meer gelaagd van beeld en beleving. In totaal worden 13 rijwoningen geschakeld op het binnengebied en 6 appartementen voorzien in het blok.

In de positie van de volumes wordt eveneens rekening gehouden met de ruimte noodzakelijk voor en het organiseren van een resem nevenfuncties : ontsluiting, parkeren, bergingen…. Ze worden gegroepeerd en krijgen een tactische positie in de plooien van het terrein : makkelijk bereikbaar, functioneel en toch uit de directe zichtlijn van de ‘passage’ en de woningen. Hun plaats is het logische gevolg van de totaalopzet.

De volumes worden allen uitgewerkt in eenzelfde lichtgrijze gevelsteen met terugliggende voeg en rode tegelpannen. Hierin komen raam-, deur-en dakopeningen volgens een patroon en verhouding die de eenheid van het geheel versterken met een levendige consequentie.

De inplanting van de nieuwe volumes werkt samen met de hieruit komende buitenruimten en hun materialisatie sterk structurerend. Het doet een nieuwe hiërarchie ontstaan : een centraal binnenhof met toenadering vanuit de 2 straten, de oversteek, de zijstroken naar de parkeer-en bergingzones en het pad achter de tuinen van de woningen.
Met het toepassen van de ‘begijnhoftypologie’ trachten we een karaktervolle stedenbouwkundige surplus te geven aan het binnengebied, gepast en juist van schaal, in verhouding tot de omringende bebouwing en omgeving.
 

 

 

0906 Nieuwbouw woonerf + appartementen - Lembeke

dreiheren_01

‘DE DREI HEEREN'

Opdracht : Nieuwbouw woningen langsheen een nieuwe verbindingssteeg.
Bouwheer : AG VESPA (Autonoom Gemeentebedrijf voor Vastgoed – en Stadsprojecten Antwerpen)
Bouwplaats : Antwerpen, Kiel.
Totale Oppervlakte : 543 m2
Status : opgeleverd 2008

“ …. Het onderbouwd uitbalanceren van dat aanwezige en het nieuwe is de nuance die wij onszelf willen voorhouden en waar denk ik onze sterkte zit, waar zeker nog in willengroeien. Het levert ons inzien een rijke gelaagdheid die projecten meer weerbaar maakt,resistenter, zelfbewuster en dus duurzamer. Identiteit genereren via het ingrijpen, het ‘maken’ / ‘mouleren’ van context is hoe wij opdrachten benaderen, ongeacht schaal ofprogramma. Zoeken naar identiteit vinden wij essentieel… identiteit geven ook ….Hoewel dat niet zonder risico is, het kan ontsporen (dokter Frankenstein) en waarom misschien ook niet, als er maar een besef is van dat risico. Niets is natuurlijk zonder voorgeschiedenis of context (en dus identiteit). Het is bovendien bruut en te makkelijk om iets al te vlug te bestempelen als karakterloos ….om zo geforceerd en ongenuanceerd ‘identiteit’ op te dringen…. Hierin ligt zeker niet onze interesse.
“…Zoeken naar en het geven van identiteit was zeer zeker ons opzet bij deze opdracht tot het ontwerpen van 3 woningen langsheen een nieuwe doorsteek / steeg op het Kiel. De directe omgeving (een straal van 250 m rond de site) is een staalkaart van zowat alle mogelijke vormen en schalen van 20 ste Eeuwse stedenbouw, als fragmenten naast elkaar geplaatst: een beluik van arbeidershuisjes, metropolitane woonblokken uit de jaren ‘30, de CIAM woontorens van Braem, een uniform tuinwijkje uit de jaren ‘50 en tot slot het nieuwe shopping center met aanpalende woonprojecten.

Op een strak keurslijf van stedenbouwkundige voorschrift worden een aantal technische ingrepen toegepast om de abstracte enveloppe te kneden tot een leefbaar ensemble: vergroten van afstand tussen 2 tegenoverliggende volumes (breder doorzicht en perspectief). De gevels langsheen de steeg worden geen zij- maar voorgevels met de toegang tot de woningen, wonen en leven aan de steeg. Het klassieke, getrapte gabarit wordt versneden met inkompatio’s, het maakt de overgang van publiek naar privaat en doet het effect van torens langsheen deze steeg ontstaan. Een doorlopende, omgeplooide plint (van tuinmuur over woonvolume) heeft de schaal van de voetgangerpassant en stelt een duidelijke grens tussen woning en steeg.

Naast deze formele ingrepen, is er toch nog de drang om te zoeken naar een diepere context die de steeg als entiteit moet verankeren in die geassembleerde omgeving. Een eigen identiteit … een plekje in het mentale geheugen van de wijk… de drang om context maken in de meest brede betekenis van het woord.
We vinden inspiratie in het werk van Patrick Corillon. In de werken van de tentoonstelling ‘Les Pensées Poissons’ worden plaatsen, feiten, gebeurtenissen en figuren, echte en fictieve gemengd tot verhalen/vertellingen, kleine mythes, anekdotes. Waarbij een reel
object / artefact deze verhalen tracht te bevestigen en bewijzen… waardoor de grens, de mate van waarheid en fictie volledig oplost.

In onze zoektocht naar achtergrond, geschiedenis, verhalen over deze plek in het stadsarchief, heemkundige kringen… botsen we op kanunik “Floris Prims” (historicus, stadsarchivaris en geschiedschrijver begin 20 ste Eeuw). Doorslaggevend was z’n tekst (plaastnamen en toponiemen) waarin hij kritisch bemerkt met welk gemak de geschiedenis van deze plek onherroepelijk werd weggevaagd, enerzijds letterlijk door de nieuwe stedelijke ontwikkelingen maar ook geestelijk doordat de getrokken straten worden genoemd naar prominenten of gebeurtenissen totaal vreemd aan deze plek.
Dit nieuwe stukje openbaar domein leek ons de ideaal om fragmenten van deze “vergane” geschiedenis te verwerken : de steeg als “timetunnel”. In de plint willen we fragmenten uit dit verleden laten opnemen als “ historical graffiti”. Door het vermetselen
van 3 type gekleurde gevelsteen kunnen hierin beeld-en tekstfragmenten worden bekomen: abstract van dichtbij, “leesbaar” van op afstand. Het was bovendien de bedoeling dat deze plint zou worden uitgevoerd binnen een plaatselijke tewerkstellingsproject : bewoners van het Kiel die de eigen, vergeten geschiedenis heropbouwen… dit onderdeel is op de valreep gesneuveld…De torenvolumes worden bijkomend gevormd door expressieve dakuitbouwen die uitkijken op de steeg. Ze worden benadrukt door ze monochroom af te werken meteenzelfde materiaal -en kleurgebruik. Als karakterkoppen, gestalten .., “De Drei Heeren”, verwijzen ze naar 3 prominente families die ooit de plek beheersten.…”

“…De ‘Drei Heeren’ is natuurlijk een door ons gecreerde anekdote (in de echte betekenis van het woord) om deze plek te betekenen …te voorzien van geschiedenis,een gecultiveerd verleden … net dat is een interessant gegeven als je bedenkt dat deze onweerstaanbare drang tot mythevorming, het streven naar een identiteit ‘larger than life in het verleden schering en inslag was. Het was gewoonweg gebruikelijk om personen en plaatsen van belang te voorzien van een mythisch scheppingsverhaal net om hun belang aan te sterken…”

Bovenstaande ‘tekstfragmenten’ zijn onderdeel van de nichelezing van Puls architecten
in BOZAR op 06-10-2010 te Brussel
 

0505 Nieuwbouw woningen langs een nieuwe verbindingssteeg – Antwerpen

Meer Woonensembles

Woningen

D_01

'WONINGEN VOOR LEDEBERG'

Opdracht: nieuwbouw laag-energie woning
Bouwheer: SOgent
Bouwplaats: Ledeberg - Edward Blaesstraat / Franse Vaart
Status: in werf

Net als het grond-en pandenbeleid van AG VESPA te Antwerpen  voert SOgent een soortgelijke campagne te Ledeberg, een oude, ietwat vervallen doch levenslustige volkse deelgemeente van Gent.
De dense, smalle straatjes vol kleine arbeidershuisjes hebben een tekort aan herkenningspunten en ademruimte, het generieke straatbeeld in deze wijk werkt beklemmend. Via het opkopen van tientallen vervallen (hoek)panden tracht de stad hieraan te verhelpen. De percelen worden vrijgemaakt ifv betaalbare nieuwbouwwoningen voor jonge Ledebergenaren.

De nieuwe, lage energie woningen worden opgevat als ‘markanten’ in het perspectief van de straat. Strategische incisies in het te bouwen volume genereren doorzichten tussen straten onderling en met het achterliggende bouwblok. Gebouwhoge geveltreillages voor klimplanten ‘vergroenen’ het straatbeeld.

Op een terrein waar nu een oude stoffenopslagloods staat wordt een extra brede doorsteek gemaakt tussen de Edward Blaesstraat en de Franse Vaart.  Langsheen deze nieuwe steeg komt een uiterst smalle nieuwbouwwoning. Z'n gearticuleerd en gerekt bakstenen volume begeleidt de steeg. Het volgt het profiel van de buur en organiseert een wonen met vele opstap-en tussenniveaus. Een houten treillage voor klimplanten omgord een buitenkamer op het dak met uitzicht op de vaart. 

 

 

1103 Nieuwbouw laag-energie steegwoning - Ledeberg

spoorstraat17

'SPOOR - ROTTERDAM'

Opdracht : Nieuwbouw laag-energie dubbelwoning
Bouwheer : AG VESPA (Autonoom Gemeentebedrijf voor Vastgoed – en Stadsprojecten Antwerpen)
Bouwplaats : Antwerpen
E-peil: E58 / E60
Status : opgeleverd 2013

Op de hoek van 2 straten wordt een verkrot pand afgebroken. Het nieuwe bouwvolume, waarvan de hoek sterker wordt afgeschuind, organiseert 2 grondgebonden woningen. De kwaliteiten van dit hoekperceel worden evenredig verdeeld over de 2 units. Via een geschrankte schakeling op de opeenvolgende verdiepingen genieten beiden van het doorzoneffect, een royaal hoekzicht en een dakterras. De gevel met doorlopende horizontale betonnen lijsten vervaagt de aanwezigheid van 2 aparte woningen. Een (af)wisseling van het metselverband tussen deze betonnen speklagen insinueert subtiel het ruimtelijk woonspel dat hierachter schuilt.

1008 Nieuwbouw dubbelwoonst – Antwerpen

1003_22

'EGGESTRAAT'

Opdracht : nieuwbouw laag-energie stadswoning
Bouwheer : AG VESPA (Autonoom Gemeentebedrijf voor Vastgoed – en Stadsprojecten Antwerpen)
Bouwplaats : 2060 Antwerpen.
Totale Oppervlakte : 134,5 m2
E-peil : E 60
Status : opgeleverd 2013

Een minuscuul plekje in  de stad, 37 m2 rondomrond volgebouwd. De woning schiet de hoogte in, op zoek naar licht. Een spiltrap koppelt 4 woonplateaus en een dakterras met stadspanorama. Dubbelhoge ramen en microvides aan voor-en achtergevel versterken het doorzoneffect. De voorgevel met opstapplint, smeedwerk en een baldakijn pretendeert een statige burgerwoning. Een motiefje in glazuur slingert speels over de voorgevel… een knipoog naar Belle Epoque en de begroeide groengevel van het eerste ontwerpvoorstel.

1003 Nieuwbouw laag-energie rijwoning - Antwerpen

BC_25

'WONINGEN VOOR LEDEBERG'

Opdracht: Nieuwbouw laag-energie hoekwoningen
Bouwheer: SOgent
Bouwplaats: Ledeberg - Moriaanstraat / Veldwijkstraat
Status: opgeleverd 2013

Net als het grond-en pandenbeleid van AG VESPA te Antwerpen  voert SOgent een soortgelijke campagne te Ledeberg, een oude, ietwat vervallen doch levenslustige volkse deelgemeente van Gent.
De dense, smalle straatjes vol kleine arbeidershuisjes hebben een tekort aan herkenningspunten en ademruimte, het generieke straatbeeld in deze wijk werkt beklemmend. Via het opkopen van tientallen vervallen (hoek)panden tracht de stad hieraan te verhelpen. De percelen worden vrijgemaakt ifv betaalbare nieuwbouwwoningen voor jonge Ledebergenaren.

De nieuwe, lage energie woningen worden opgevat als ‘markanten’ in het perspectief van de straat. Strategische incisies in het te bouwen volume genereren doorzichten tussen straten onderling en met het achterliggende bouwblok. Gebouwhoge geveltreillages voor klimplanten ‘vergroenen’ het straatbeeld.

Op dit hoekperceel plaatsen we 2 identieke woningen, ze sluiten de rij huizen af in hun straat. De compacte footprint houdt ongeveer de helft van het perceel vrij voor een gemeenschappelijke, ommuurde stadstuin, een wig naar het binnengebied. Een dubbel hoog raam met vide biedt elke woning een cyclopisch oog in de straat. De om de hoek gemetste straatgevel verbindt beide woningen tot een Siamese tweeling. De gevels aan de stadstuin zijn uitgevoerd in een groene gevelplaat met een houten voorzetstructuur voor klimplanten. De woningen hebben een individueel terras op het dak.

 

0910b Nieuwbouw laag-energie hoekwoningen - Ledeberg

A_14

'WONINGEN VOOR LEDEBERG'

Opdracht : nieuwbouw (hoek)woningen
Bouwheer : SOgent
Bouwplaats : Ledeberg, Gent
Status : opgeleverd 2013

Net als het grond-en pandenbeleid van AG VESPA te Antwerpen  voert SOgent een soortgelijke campagne te Ledeberg, een oude, ietwat vervallen doch levenslustige volkse deelgemeente van Gent.
De dense, smalle straatjes vol kleine arbeidershuisjes hebben een tekort aan herkenningspunten en ademruimte, het generieke straatbeeld in deze wijk werkt beklemmend. Via het opkopen van tientallen vervallen (hoek)panden tracht de stad hieraan te verhelpen. De percelen worden vrijgemaakt ifv betaalbare nieuwbouwwoningen voor jonge Ledebergenaren.

De nieuwe, laag-energie woningen worden opgevat als ‘markanten’ in het perspectief van de straat. Strategische incisies in het te bouwen volume genereren doorzichten tussen straten onderling en met het achterliggende bouwblok. Gebouwhoge geveltreillages voor klimplanten ‘vergroenen’ het straatbeeld.

Deze hoekwoning langs het spoor en een viaduct is opgevat als een donjon, een robuuste woontoren. De traphal op de hoek buffert het wonen maar opent tegelijk perspectief op de omgeving. Een dwarsschoring over een open bouwplek, tussen 2 woningen om de hoek, inspireert ons. Een frèle stalen constructie steunt de vrijgekomen scheimuur met de buur en opent het gesloten bouwblok. Ze vormt de structuur voor klimplanten en een terras in de hoogte.

 

0910a Nieuwbouw laag-energie hoekwoning - Ledeberg

Meer Woningen


over ons

fotopuls

Bart Viellefont: architect - ruimtelijk planner  
Philippe Van Deyck: architect
Bram Vangampelaere: architect
Liesbeth De Schutter: architect
Philippe Swartenbroux:  interieurarchitect - docent UHasselt
Patrick van Hofwegen: architect

Pulsarchitecten (2004) is een samenwerking van architecten die samen alle nivo’s binnen het ordenen van de ruimte bestrijken : stedebouw, architectuur en interieur architectuur. Gebundeld hebben we een sterk groeiende ervaring in diverse programmastellingen  voor zowel particuliere bouwheren, vennootschappen en verenigingen, ocmw’s, AG Vespa, SO Gent, Vlaamse overheid, lokale besturen, het gemeenschapsonderwijs, huisvestingsmaatschappijen, bouwpromotoren ...

Onze ambitie

“ …. Het onderbouwd uitbalanceren van dat aanwezige en het nieuwe is de nuance die wij onszelf willen voorhouden en waar onze sterkte zit, waar we zeker nog in willen groeien. Het levert ons inzien een rijke gelaagdheid die projecten meer weerbaar maakt, resistenter, zelfbewuster en dus duurzamer. Identiteit genereren via het ingrijpen, het ‘maken’ / ‘mouleren’ van context is hoe wij opdrachten benaderen, ongeacht schaal of programma. Zoeken naar identiteit vinden wij essentieel… identiteit geven ook …. Hoewel dat niet zonder risico is, het kan ontsporen (dokter Frankenstein) en waarom misschien ook niet, als er maar een besef is van dat risico.  Niets is natuurlijk zonder voorgeschiedenis of context en dus identiteit. Het is bovendien bruut en te makkelijk om iets al te vlug te bestempelen als karakterloos ….om zo geforceerd en ongenuanceerd ‘identiteit’ op te dringen…. Hierin ligt zeker niet onze interesse…”  (lezing pulsarchitecten in Bozar 04-10-2011)

We zijn van mening dat de kracht van een ontwerp ligt in de intelligente flexibiliteit van een team dat nieuwe (opdracht) programmastellingen benadert en niet via een eenzijdig doorgedreven specifieke kennis. Dat er op vragen qua ontwerp, budget, programma, timing, materialisatie, rendabiliteit etc..., enkel via het gericht samenbrengen van ‘bezochte’ (gezochte en behandelde) kennis gefundeerde en frisse antwoorden of oplossingen kunnen worden geformuleerd. 

Via een procesgestuurde controle op concept, uitwerking, detaillering en uitvoering der werken is een hoge standaardkwaliteit binnen omlijnde criteria steeds realiseerbaar. Deze methodiek gunt ons bewust een grote ‘ontwerpvrijheid’, dynamiek en open blik . Met deze invalshoek wordt elke opdracht aangepakt, ongeacht z'n schaal, als een uniek vraagstuk met als doel te komen tot een geëigend en "oorspronkelijk" resultaat.

Publicaties

  • A+ 174 feb-mrt 2002: 034 interieur "Inrichting van een loft Antwerpen".

  • De Standaard / Het Nieuwsblad 21-22 sept 2002: "Toveren met multifunctioneel woonmeubel in Antwerpse loft: Als een Zwitsers zakmes".
  • 
Actief wonen nr. 88 feb 2003: "Woonloft te Antwerpen".
  • 
Knack weekend nr.9 2006: "Wonen met een container".
  • 
Nivo programma op RTV 10 okt 2006: Verbouwing woning P-V.
  • 
A+ 207 aug-sept 2007: "Het hondenparadijs" (Stedelijk dierenasiel Antwerpen, KMDA).
  • 
A+ 216 feb-mrt 2009: “Problemen zoeken” (Woning Violetstraat AG Vespa).
  • 
A+ 219 aug-sept 2009: "In goeden huize" (Anautica Dieghemhof).
  • 
De Standaard Magazine: 10 okt 2009: “Van Krot naar Hot” (Woning Familiestraat AG Vespa).
  • 
Knack nr.12 2010: "Antwerpen het nieuwe wonen. Wonen in de buidel van moeder".
  • 
Knack extra nr.6 2010: "Vastgoed in Vlaanderen. Antwerpen renoveert" (Tirstraat AG Vespa).
  • Jaarboek Architectuur Vlaanderen 2010: "Project 'maison tetris'" (Woning Violetstraat AG Vespa).
  • Knack weekend nr.35 2011: "Binnenkort in de kijker.  Nieuw talent".
  • 
A+ 231 augustus-september 2011: "De Drei Heeren" (Woningen Tirstraat AG Vespa).
  • XX MODELS. Young Belgian Architecture, 2012: "Puls architecten".
  • MARK Magazine nr.49 2014: "Corner Boys" Puls Architecten builds houses on difficult and often unwanted urban plots. (Woningen Ledeberg SO Gent en Antwerpen AG Vespa).
  • AMC Maisons (Hors-Série 2014): Maison Urbaines p. 58 "Maison 0910A, Gand, Belgique" (Woning Ledeberg SO Gent).

Lezingen / presentaties

  • "Puls architecten" binnen de lezingenreeks van het archistenforum, Hoger Architectuur instituut te Antwerpen: nov 2005.
  • 
"Puls architecten" binnen de lezingenreeks van architectuurwijzer vzw te Hasselt: jan 2007.

  • "Puls architecten" gastpresentatie over voorstellingstechnieken Artesis Hogeschool departement ontwerpwetenschappen: feb 2009.
  • "Anautica Dieghemhof": gastpresentatie van het project binnen het vak ontwerpmethodiek, thema inclusief ontwerpen KULeuven: 26 apr 2010.

  • "Anautica Dieghemhof": gastpresentatie van het project binnen het vak ontwerpmethodiek, thema inclusief ontwerpen KULeuven: 20 mrt 2011.

  • Puls architecten, "De Drei Heeren", lezing in BOZAR in het kader van de ‘NICHE’ reeks: 6 okt 2011.

Exposities

  • "Mijn Huis Mijn Architect 2002": Woonloft te Antwerpen.

  • "Mijn Huis Mijn Architect 2004": Verbouwing en inrichting stadswoning te Antwerpen.

  • "Creative pool (interieur)architectuur": Designcentrum 'Winkelhaak' te Antwerpen: sept 2004.

  • "Mijn Huis Mijn Architect 2005": Verbouwing en inrichting appartement te Antwerpen.
  • 
Architectuurtentoonstelling in "Heilig Graf" te Turnhout: feb 2006.

  • Tentoonstelling "BEST OF!" Provinciehuis Antwerpen: sept 2009.

  • Tentoonstelling in BOZAR in het kader van de ‘NICHE’ reeks: okt 2011.
  • Tentoonstelling in BOZAR : "XX MODELS. Young Belgian Architecture" : 26 sept tot 25 nov 2012
  • Tentoonstelling in Maison de l’architecture et de la ville PACA te Marseille : "XX Models. Jeune Architecture Belge" : 17 mei 2013 – 14 juni 2013
  • Tentoonstelling in Bi-City Architecture and Urbanism Biennale of Shenzhen: "XX Models. Young Belgian Architecture" : 6 sept 2013 - 28 februari 2014

Awards

  • 1ste prijs Antwerpen woonstad 2006 verbouwing van een stadswoning: Woning D-P.


  • AG VESPA behaalde de 'architectuurprijs 2006 van de provincie Antwerpen' en de prijs van 'bouwheer 2007' met hun grond en pandenbeleid waarvan onze projecten 'Familiestraat' / 'Maison Tetris' / 'Schijfstraat' / 'De Coninckplein' en 'Falconplein' deel uitmaken.

  • 
Selectie 'Belgian Building Awards 2007' niet residentiële gebouwen: Dierenasiel KMDA.


  • Selectie Belgische Prijs voor Architectuur & Energie 2009 met:


    1. Renovatie en uitbreiding 'Dieghemhof' i.f.v. levenslang begeleid wonen andersvaliden te  Schilde.


    2. Violetstraat Antwerpen: Nieuwbouw invulproject met 2 compacte, in mekaar gevlochten kwalitatieve stadswoningen.